Hittebestendigheid

Hittebestendigheid

Hittebestendigheid

Na De kleine wereld wil ik jullie toch nóg een keer lastigvallen met mijn bevindingen op publieke media. Dit omdat ik denk dat de opiniemakers van ‘gewone’ media en ook de samenleving er niet gunstig door beïnvloed worden. Ook als je je -heel verstandig- verre houdt van publieke media, moet je dit dus weten, vind ik.

Beetje koppig van me is daar rond blijven lopen natuurlijk wel, maar ik denk maar zo: de openbare ruimte is van ons allemaal, dus wil ik me daar handhaven. En misschien van binnenuit een positieve bijdrage leveren.

Ai, deze uitspraak komt me bekend voor: Donald Pols toen hij naar Tata Steel overstapte. Hij kreeg met zijn goede bedoeling alleen de kans niet omdat Tata Steel een te hete bitterbal zo snel mogelijk weer uitspoog. Daarover later.

Ik heb op mijn publieke medium alle kansen. Maar dan moet ik er wel tegen kunnen, hè?

‘Als je niet tegen de hitte kunt, moet je uit de keuken blijven’.

Het is een uitspraak van president Harry S. Truman. De man was niet zo’n beschamende misdadige prutser als de huidige, maar wel iemand die geen blad voor de mond nam en veel van zijn medewerkers vroeg. Zoiets als heden ten dage sommige uitgevers, producers, regisseurs, programmamakers, politici en andere leidinggevenden m/v. Die, zeg ik dan maar, zélf de hitte (lees stress) niet zo goed aan kunnen en dus tirannetje gaan lopen spelen. En als je daar dan niet tegen kan, moet je maar ophoepelen.

Ik twijfel dus of ik er gewoon maar aan moet wennen of dat ik uit de keuken moet stappen. Misschien ben ik op mijn vijfenzeventigste wel ‘uit de tijd gevallen’ en niet geschikt meer voor publieke media: het snelle oordelen daar staat mij tegen. Er is namelijk geen bedachtzaam vervolg op de impulsieve reacties, want dan dient de volgende rel zich al aan.

En dan zit ik nog maar op één medium, hè: Bluesky. Menig opiniemaker moet ook nog X, Mastodon, Facebook, Reddit, LinkedIn, Instagram etc. bijhouden, ‘voor het werk’. En daarna nog bedachtzaam schrijven voor de gewone krant, ziet U het voor U?

Die opgefokte sfeer heeft dus al met al invloed op de echte wereld, waarin bijvoorbeeld Tata Steel na één dag een beslissing nam: weg met die vent.

Pols, vijfendertig jaar geleden een onrijpe snotneus met nog aan alle kanten een plaat voor zijn Afrikanerkop, was gedurende twee jaar voorzitter van een activistisch extreemrechts clubje studenten met nazisymbolen. Niet mis, ja. Maar -door verandering van omgeving, namelijk naar de grote stad in Nederland- ging hij daarna juist het tegenovergestelde doen. En dat bleef zo. De schaamte over zijn jeugdzonde bleef ook en groeide met de jaren uit tot een groot geheim, waarvan ik me toch afvraag hoe relevant het nou op dit moment is. Ja, extreemrechts komt op. We weten niet zo goed wat we daaraan moeten doen, maar helpt het dan als je heel streng wordt voor mensen die – na hun jeugdzonde -hun sporen juist blijvend aan een nuttige kant hebben verdiend? Ja, ‘hij had het beter niet geheim kunnen houden’. Tja. Hebben we het nu over twee jaar extreemrechts van lang geleden of over gestolde geheimen? Ik krijg de indruk dat die twee argumenten om de beurt gebruikt worden: als het ene niet voldoet kom je met het andere. Bovendien werd er aan het geheim meegewerkt door Milieudefensie, Pols’ laatste werkgever.

Er vallen ook daar koppen en ik denk dat ook daar de (angst voor) publieke media een rol spelen.

Nou, aan die oordelende angstcultuur probeer ik dan toch maar -met een paar anderen- iets te doen. Over brisante onderwerpen post ik nu stukken van schrijvers die wél bedachtzaam zijn. En dit blog.

En ik oefen zelf vooral bedachtzaamheid in mijn reacties. Vanuit de bijkeuken, zeg maar. Iets koeler en ook beter voor mijn bloeddruk.

 

Afbeelding van Pixelkult via Pixabay

Verzetje

Verzetje

Verzetje

Wegens omstandigheden in het eigen leven en de wereld zochten we een verzetje. De keuze viel op Rijksmuseum Boerhaave. Hier kun je ontdekken wat wetenschap doet.

En voor zoekers in het leven zoals wij kwam het onderwerp van de tentoonstelling ook goed uit: waarheid. Nou, eigenlijk ‘Waarheid?’, bovendien met de ondertitel ‘Kunst van de twijfel’. Maar ons bood het toch enig houvast en dat is mooi meegenomen.

Onze oudste kleinzoon -die nu heel groot is- ging ook mee. De laatste keer dat hij in dit museum was, werd -met gezichtsbedrog- zijn hand afgezaagd maar daaraan heeft alleen oma een licht trauma over gehouden.

Momenteel is het museum mensvriendelijker. We stonden even op elkaar te wachten en een suppoost had mijn stok al gesignaleerd. Toen we gedrieën op weg naar de waarheid-met-vraagteken-en-de-kunst-van-twijfel gingen, gaf ze mij een klein opvouwbaar klapstoeltje mee. Ik ben een uitzondering, daar wen ik aan. Ik waardeer dat mensen erop ingesteld zijn.

Maar echt gelukkig werd ik aan het slot van een toiletbezoek. U moet weten dat ik in deze gemoderniseerde tijd openbaar je handen wassen een uitdaging vind met al die verstopte sensoren voor de noodzakelijke handelingen. De volgorde is water, zeep, water en drogen, daarover zijn we het allemaal wel eens dacht ik. Je kunt ook met de zeep beginnen, maar dat kan het probleem groter maken: in de zoektocht naar water gaat telkens de droger luidruchtig voor zijn beurt en daarmee krijg je wel water en niet zeep van je handen.

Als het allemaal toch gelukt is, soms met hulp van een aardige medebezoeker die de juiste slag wel te pakken heeft en al lang weer weg is, komt mijn grootste uitdaging: de uitgang. Ik twijfel altijd tussen al die witte deuren en doe er lukraak maar eentje open. Hallo toilethokje! Ik weet het, ik weet het, kijk op tijd naar het ontbreken van een bezet/niet bezet dingetje onder de deurknop. Doe ik.  Hallo bezemkast!

Het voelt eenzaam.

Maar hier in dit museum werd alles anders. Ze hadden namelijk op één witte deur in zwarte letters Uitgang geplakt. Dit was duidelijk niet alleen voor mij, zoals het klapstoeltje! Ik voelde me opeens best wel normaal. Ik behoor tot een groep, deze letters Uitgang waren in al hun eenvoud een erkenning van een bepaalde vorm van menszijn.

Dankbaar vervolgde ik de museumtocht naar de-waarheid -met vraagteken-en-de-kunst-van-de-twijfel.

Ik twijfel, dus ik besta.

 

 

 

Afbeelding van LoggaWiggler via Pixabay

Luisterangst 2016-2026

Ongeveer 10 jaar geleden schreef ik onderstaande column. Nog steeds verrassend actueel, zou hem zó weer schrijven. Lees ook vooral de hyperlinks.

Luisterangst

Een paar jaar geleden kwam één van mijn bekenden tijdens de borrel met een lullige opmerking over Marokkanen. Ik voelde mij erg ongemakkelijk.

‘Oh! Discriminatie! Gevaarlijk! De kop indrukken! Nu!’

Gevalletje spreekdrang van mijn kant.

Maar ik wist eigenlijk niet wat ik moest zeggen, tegen een bekende die recht tegenover me zat en eigenlijk best wel een aardige vent was. Ik mompelde wat van ‘nou…’

Daarna kwam ook nog zijn aardige vrouw -die het probeerde glad te strijken- met ‘joh, het zijn toch óók mensen’.

Voor mijn gemoedsrust legde ik haar woorden maar uit als ‘joh, niet generaliseren, ze zijn niet allemaal zo.’ En daar lieten we het dan maar bij.

Vanachter je computer verontwaardigd over onbekende anderen oordelen -‘discriminatie!’, ‘seksisme!’, ‘vooroordelen!’, ‘racisme!’ en het momenteel ook erg populaire ‘dom!’- is niet zo ingewikkeld.

Maar in het echt met elkaar samenleven en een gesprek voeren met bekenden die een jou onwelgevallige mening erop na lijken te houden vind ik in de praktijk wel lastig.

Nou ben ik van het type dat ook nog eens graag vriendjes blijft met iedereen. Ik voel me prima bij duidelijkheid, maar niet bij polarisatie.

Dat heeft iets slaps (‘pleaser’), een voordeel is wel dat je geduldig naar overeenkomsten met anderen blijft zoeken.

En dan vind ik bijvoorbeeld: angst.

‘De rechtse boze medemens is eigenlijk bang’, hoor je wel eens van links.

En daar een beetje meewarig achteraan ‘bang dat zijn veilige overzichtelijke  wereldje instort’.

Maar kijk nou eens naar de linkse Gutmenschen -waar ik mezelf toe reken.

Die zijn toch óók bang dat hun veilige overzichtelijke wereldje instort? Dat het ze uit de klauwen loopt, dat bijvoorbeeld racisme de boventoon gaat voeren?

Ikzelf ben het allerbangst dat we elkaar kwijtraken en dat een volksmenner met een grote bek en slechte plannen er met de macht vandoor gaat.

Van polarisatie kun je iedereen de schuld geven, maar je l a t e n polariseren

doe je toch echt zelf.

Dus ik stel voor om dat niet meer te laten gebeuren.

Wij burgers gaan maar weer eens naar mekaar luisteren, on-line en off-line.

En dan zoveel mogelijk dat laatste, in het echt, hè: in onze huiskamers, buurthuizen en op georganiseerde burgerfora.

“Vertel”. En dan echt luisteren en oprechte vragen stellen.

Voor de duidelijkheid: echt luisteren is niet hetzelfde als op je beurt wachten en dan retorische vragen stellen als “Zie jij nou écht niet dat je een niet-empathische racist bent?” en “Zie jij nou écht niet dat je een politiek-correcte wegkijker bent?”

Linkse en rechtse stokpaardjes staan meestal te trappelen van ongeduld om de ander te vertellen hoe fout diens standpunten zijn.

Maar onlangs heb ik de ontdekking gedaan dat stilte in een gesprek niet zo eng is.

Ik ben niet meer zo bang dat de ander dan zou kunnen denken dat je hem door jouw zwijgen gelijk geeft.

‘Wie zwijgt stemt toe’? Dacht het niet.

‘Wie zwijgt die luistert’. Als het goed is.

‘Wie zwijgt denkt na’. Als het goed is.

Ik heb goede hoop dat wie zijn verhaal kan doen en wie zich gehoord weet, óók meer bereid is tot luisteren en nadenken als de ander zijn verhaal doet.

En dan blijken we uiteindelijk misschien wel minder uit elkaar gedreven te zijn dan we dachten.

Een mooie handreiking om weer met elkaar in gesprek te komen vond ik deze open brief van hoofdredacteur Rob Wijnberg van De Correspondent. Lees vooral ook deze antwoorden van PVV-stemmers en anderen.

Wij kunnen het maar beter weer eens gewoon gaan proberen met elkaar.

Zonder luisterangst.

 

De kleine wereld

De kleine wereld.

Dat sociale media niet altijd sociaal uitpakken is bekend. Die letterlijke vertaling uit het Engels is ook discutabel. Had beter openbare of publieke media kunnen zijn. Maar hoe dan ook: sociaal is anders.

Sommige mensen zijn niet aardig voor elkaar, ook daar niet. Ik wil graag een kwaad woord (veel kwade woorden) horen over rechtse reaguurders op X, maar linkse op Bluesky kunnen er ook wat van. Rood-groen leidt bij sommigen niet zelden tot zwart-wit, zal ik maar zeggen. Ze komen van X, of zitten er nog op en nemen de daar ontwikkelde vechthouding mee. Ik zet ze voortaan maar op negeren.

De mogelijkheden op beide media zijn voor een gesprek beperkt: korte berichten, die je eventueel aan elkaar kunt koppelen. En waar misbruik van gemaakt kan worden, zoals mij overkwam: een enerzijds/anderzijds redenering verdeelde ik over twee berichten en alleen de ene werd herplaatst door een paar van de moreel puristen die mij dachten op mijn eigen woorden te kunnen vangen. Gesteund door activistisch klapvee werd ik zo in de richting van ‘het goedkeuren van normalisatie van fascisme’ geduwd. Dat vond ik niet leuk, temeer daar mensen het deden door voortdurend verkeerd te citeren uit artikelen en uitspraken zó gekleurd ‘samen te vatten’ dat het in hun activistenvechtstraatje paste. Het waren waardeloze gesprekken.

Waarom dan toch blijven? Ten eerste werkt het verslavend. Ten tweede is het een handig medium om acties en petities voor goede doelen te promoten. Ten derde kan ik zo de aandacht op mijn blog vestigen. Ten vierde blijf ik goed op de hoogte van artikelen en publicaties. (Waar je hardop wat van kan vinden, maar dat is niet altijd gezond, zie Ten eerste.) De ten vijfde is erg belangrijk voor me: sommige mensen zijn namelijk wél aardig, sommigen hebben een zwaar leven als mantelzorger, patiënt of zijn anderszins indringend met pech in het leven geconfronteerd. Ik wil ze blijven steunen en aanmoedigen in onze gezamenlijke kleine wereld. En ten zesde: sommige accounts verspreiden kunst. Een verademing, een rustpunt, een lust voor het oog.

Over ondersteunen gesproken: je kunt ook de minder bekende freelancejournalisten die er rondlopen financieel steunen. Zij reageren trouwens aardiger dan de bekende krantenjongens en -meisjes.

Dus ja, ik blijf. En leer op mijn oude dag selecteren, loslaten en kijken naar wat wél goed gaat in de kleine wereld van mij en anderen. Dat is hoopgevend en troostrijk. En dat maakt zeven.

 

 

 

Afbeelding van M MIR via Pixabay

 

 

Krant maken

Krant maken

Krant maken

Het boeit me al jaren, die krantenwereld. Als lezer, maar ook als amateurschrijver. Zou graag met anderen samen een krant maken. Voor het vak van journalist ben ik evenwel niet geschikt, omdat ik slordig ben en niet het geduld heb iets goed uit te zoeken.

Nou, dat komt meer voor, maar dan helaas onder journalisten, zie NRC-gate.

Bij een kwaliteitskrant verwacht je geen razende reporters en zo ja dan moet de krant zo’n wilde jongen in toom houden.

Over deze zaak correspondeerde ik met de Ombudsman van de NRC en omdat ik niet de enige was had hij een hoop te lezen en te ordenen. In zijn antwoord na een kleine week werden gemaakte fouten erkend. Mooi.

Ik blijf evenwel zitten met vragen t.a.v. relevantie en vooral gerechtvaardigdheid om te publiceren. Hij beargumenteert dat niet, namelijk.

Hij gaat er, ook achteraf nog, vanuit dat de bewijzen van ongeschiktheid van de informateur zich opstapelden. Daarbij verliest hij uit het oog dat de eerste stapelsteen niet deugde: als iets onduidelijk gestaafd is met twee getuigen en daar tegenover drie getuigen staan die de beschuldigde juist vrijpleiten, dan is dat, zonder rectificatie, een fout (lees journalistieke doodzonde). Maar het is ook van cruciaal belang voor zijn eindbeoordeling: publicatie was door die fout achteraf gezien toch juist níet gerechtvaardigd?

Als het gaat om het aantonen van een ongeschiktheidstrend leunt vervolgens de tweede stapelsteen dus op niks. Achterbaks verraad in de privésfeer zorgde voor openbaarmaking van een mening die half Nederland en zijn moeder had. Het geneuzel door gelegenheidsfeministen uit rechtse hoek t.a.v. niet zo netjes woordgebruik voor een omstreden lijsttrekker was een juicy afleider van waar het om ging: om niks dus. Een serieuze krant moet zich daar verre van houden, vind ik. Of in ieder geval zich afvragen ‘waar gáát dit nou helemaal over’.

Maar ja: overambitieuze journalist, niet beteugeld door collega’s en hoofdredactie, waardoor de krant zich kritiekloos leende voor kwaadaardige politieke machinaties.

Wat ik verder vreemd vind, is dat de krant enerzijds voeding geeft aan de vooronderstelde bias van een informateur, en anderzijds de vooronderstelde bias van de journalist zelf, met zijn VVD-achtergrond, ter zijde schuift.

Afijn, dit en nog meer heb ik de Ombudsman geschreven en ook dat ik abonnee blijf, omdat ik het erkennen van gemaakte fouten wil waarderen. Maar wel een teleurgestelde abonnee met bijzonder weinig animo. En nog minder vertrouwen in de professionele en morele competenties van de betreffende journalist en de hoofdredactie. Ook omdat die laatste een nieuwsbrief publiceerde zoals dat waarschijnlijk aangeleerd wordt op de cursus crisismanagement: formeel. Maar mij niet overtuigend.

Verder heeft mijn toch-maar-niet-opzeggen ook een educatieve reden: Lief L. zou dan misschien abonnee worden en zo’n nieuwe aanmelding zou een verkeerd signaal geven aan een krant die eens even héél goed moet gaan nadenken.

 

 

 

 

Afbeelding van Krzysztof Pluta via Pixabay

Verward

Verward

Verward

En nu, dacht ik na de verkiezingen. Ik zeg niet ‘na deze uitslag van de verkiezingen’. Want verkiezingen zijn sowieso wel een dingetje voor me, al lang. Ik heb geen alternatief, wel een leerzame aanvulling die we eens zouden moeten proberen. Bijeenkomsten van gelote burgers, die heus niet allemaal behoren tot de onpopulaire ‘elite van goedwillende burgers met een naïef idealistische inslag’.

Want dat is nu juist bij loten het idee: dat weten we niet van elkaar. De traditionele indeling links/rechts vervalt, de generaties zijn evenredig vertegenwoordigd, afkomst ook. Het is wie er aan de oproep gevolg geeft en als dat alleen maar een bepaald type burger is, dan is dat maar zo. Ongehoord Nederland, je pakt je kans of je pakt hem niet, daarmee ben ik gauw klaar.

In die bijeenkomsten krijgen burgers de tijd, gelegenheid en informatie om over een onderwerp wat langer na te denken dan de vraag op welke aantrekkelijke lijsttrekker en slogan ze zullen gaan stemmen. Ze leren te overleggen in plaats van te overtuigen. En dat die ander niet per se je vijand is die jou wantrouwt en dat jij dat dan ook maar gaat doen. In sommige gemeenteraden functioneren op die manier politieke partijen redelijk met elkaar. Dus het kan wel. Ja, ik pik even Jettens leus, hij had hem per slot ook gepikt.

Maar veel van zulke leerzame bijeenkomsten voor de burger zijn er niet, dus blijft de vraag na elke verkiezing ‘en nu’.

Daarover ben ik verward en met mij velen. Nou ja, op Bluesky denk ik dat dan te zien. Het punt voor mijn partij is: gaan we principieel met schone handen en een zuiver geweten in de oppositie of nemen we weer het risico om door een VVD -nog onbetrouwbaarder dan eerst- met boter en suiker te worden ingemaakt? Als we meedoen, werpen we mogelijk een blokkade op tegen extreemrechts, maar omdat het ook in de VVD sterk naar populisme ruikt, mislukt die blokkade mogelijk. Bovendien wil de goedgeklede influencer die daar danst op twee verloren zetels -ik zei het toch- niet met ons dansen.

Misschien moeten we maar gebruik maken van die opstandige houding en niet meedoen. Zo van oké, dan niet. Of hopen dat er een coalitie zonder de VVD wordt gevormd, met een regeerakkoord waar normale politici wat mee kunnen.

D66, ik hoorde het je zeggen: het kan wel. Laat maar zien dan.

 

Afbeelding van Greg Montani via Pixabay

Bescheidenheid

Bescheidenheid

Bescheidenheid

Na het schrijven van de titel, bleef de pagina urenlang leeg. Nou is het zo dat ik ook mezelf niet spaar, als ik babbel over menselijk gedrag, maar een blanco blog inleveren vond ik dan wel weer erg bescheiden. Dus aan de slag.

Ik las de wikipagina (waar het eindelijk is doorgedrongen dat ik veertien dagen geleden vaste donateur ben geworden en al veel langer verlost had moeten zijn van die onbescheiden bedel-pop-ups, maar dit terzijde) en daarna een artikel in Psychologie, met verwijzingen naar boeken en bronnen (las ik niet).

Niet dat ik er nou alles van af weet, maar het viel me op dat bescheidenheid als overlevingsstrategie niet werd genoemd. Dus in die leemte ga ik nu even voorzien, want ik heb een echte aanrader ontdekt.

De noodzaak voor de strategie kan ieder zelf wel bedenken, ik neem tenminste aan dat ik niet de enige ben over wie het leven en alle ellende in de wereld ongevraagd heen spoelen.

Nou is het niet zo dat ik hier een pleidooi voor nietsdoen of wegkijken ga houden. Maar ik lijk (en ik zie het bij menig ander ook) een veel te grote invloed te willen hebben op hoe het gaat en dus gaat het dan juist niet.

Nou, komt ie: ik stel mijn doelen wat bescheidener. Die zag de lezer wel aankomen, denk ik. Maar nu het beeld van de eigen capaciteiten, dat wordt wat lastiger bijstellen.

Vanwege een nijpend gebrek aan simpelheid van het leven en dat van mij in het bijzonder, praat ik regelmatig met een lieve psycholoog. Zo maakte ik kennis met het begrip post-traumatische groei, toen ik vertelde hoe het leren omgaan met ziekte mij ook hielp om te dealen met andere zaken, zoals de wereld, ik noem maar wat.

Groei is leuker dan een stressstoornis, dus die houden we erin.

Nou ga ik hier natuurlijk niemand aanraden om een kloteziekte te krijgen, maar menig lezer wordt een dagje ouder en dan kom je al een heel eind met onomkeerbaarheid en beperkingen, toch?

En elke lezer heeft een paar scholen meegemaakt, wat ook geen kattenpis is tussen al die ambities, pretenties en (in)competenties.

Daarom, in alle bescheidenheid: ken je zelf, doe wat je kan, dat is dus niet zo veel, hooguit af en toe een tandje bijzetten. En wees daar vooral tevreden mee. Je staat er namelijk niet alleen voor.

 

 

 

 

 

Afbeelding van Erika Varga via Pixabay

 

 

Donker verleden en heden

Donker verleden en heden

Donker verleden en heden

‘Valt wel mee, toch?’ is niet altijd een verstandige houding t.o.v. wat er nu aan het gebeuren is, bedacht ik, toen ik het boek uit had.

Ik las ‘Waar ik me voor schaam’ van Sheila Sitalsing, een aangrijpend relaas van de zoektocht die zij samen met andere nazaten ondernam na de schokkende ontdekking dat haar moeder tijdens haar leven nooit heeft verteld dat zij het (enige) kind van twee actieve NSB-ouders was, vóór en tijdens de Tweede Wereldoorlog. Twee klappen ineen om te verwerken: het zwijgen van je moeder én het foute verleden van je grootouders. In elf wenken neemt zij de lezer mee, om in de tiende en elfde wenk te zeggen: ‘vertel het door en waarschuw’ en ‘je hoeft geen sorry te zeggen maar je kunt wel rekenschap afleggen’. En, zeg ik dan, dat waarschuwen geldt niet alleen voor nazaten, maar voor iedereen die zich nu zorgen maakt over democratie en rechtstaat.

Trouwens, misschien ben je wél een nazaat, zonder het te weten. Ik wist het in elk geval wel, veel familieleden niet, bleek onlangs. Van de NSB-broer van je (jonggestorven, biologische) oma ben je geen directe nazaat eigenlijk, maar het is wel familie, dus een strenge genen-denker kan nu met andere ogen naar mij, naar ons kijken. Oké dan. Dat was -voor zover ik me kan herinneren- ook wel zo’n beetje mijn reactie toen mijn moeder het mij als kind vertelde: Oh. Er werd in de familie niet meer over gepraat, zei mijn moeder en er was geen contact meer met de oom en zijn familie. Oh.

Onlangs dus bleek -tot grote schrik van familieleden- dat mijn moeder één van de weinigen, zo niet de enige was, die ‘het geheim’ een generatie doorgaf. Sommige geheimen waren niet aan haar besteed en daar ben ik wel blij mee. Al heb ik het er als kind en ook later nooit meer met mijn moeder over gehad en dat vind ik nu wel jammer, na het lezen van Sitalsings boek. Mijn vragen zijn minder urgent dan de hare, maar ik heb ze nu wel.

Sitalsing bespreekt ze met wat zij liefdevol haar ‘pubers met de bruine krullen’ noemt, ook nazaten. Hun onbevangen meningen over ‘die opa van jou’ klinken mij enorm helpend en nuchter in de oren.

Over wenk 10, ‘vertel het door en waarschuw’: ik ben geen aanhanger van het waarschuwende ‘de geschiedenis herhaalt zich’, want er zijn altijd verschillen. Maar let wel op dat het niet weer de verkeerde kant opgaat, ook en misschien wel juist als de wereld er anders uitziet dan vroeger.

En lees het boek! https://www.debezigebij.nl/boek/waar-ik-me-voor-schaam/

 

 

Afbeelding van congerdesign via Pixabay

 

Voor de ander

Voor de ander

Voor de ander

Op zich vond ik dat ze wel een paar puntjes had, de pratende stem achter ons op het terras: mensen zijn niet altijd even tactisch in de omgang met elkaar. Vooral als ze zich sociaal willen opstellen uit eigenbelang, gaat het wel eens mis.

Deze dame was -begrijpelijk- gevallen over het ‘Ik doe het voor jou hoor’ van iemand. Die had haar gevraagd op de hond te passen. Ik zag het helemaal voor me: eigenaar van hond zoekt nerveus naar oppas, oog valt op ‘alleenstaande die het vast wel leuk vindt’. Dankbare opluchting laten blijken is maar lastig, de gedachte ‘iets goeds te doen voor een eenzame senior’ ligt lekkerder.

Het volgende herkenbare pijnpuntje werd aangesneden, maar dat ben ik om redenen van eigen geestelijk welzijn vergeten. Lief L, ook afluisteraar in dezen, was het met me eens dat je al je puntjes beter niet de baas moet laten zijn over je gemoed.

Ondertussen vervoegde zich een poes aan onze tafel. Ik vroeg de serveerster wie ervoor zou zorgen de komende week, want het theehuis op het landgoed zou een weekje dicht zijn. ‘Ze heeft een thuis op het landgoed, maar is hier de hele dag.’ Die kat was uitgekeken op de luxe van ruimte, rust, vrijheid en het vangen van muizen en verveelde zich. Op het terras kreeg ze aandacht en je wist maar nooit of er niet iets interessants van de tafels zou vallen. Wat zij dan zou ‘opruimen’. ‘Ik doe het voor jou hoor’, zou ze dan zeggen als ze een mens was.

Toen we weggingen keek ik nieuwsgierig wat voor gezicht er bij die ‘herkenbare puntjes’-stem hoorde. ‘Dat komt niet meer goed’, zei ik. Het zuur was erin getrokken.

We namen ons voor om bij het doen van onze seniorenlichaamsoefeningen vooral vaak de schouders op te halen. En, los daarvan, uiteraard nooit te verleren dankjewel te zeggen.

 

 

 

 

Afbeelding van PublicDomainPictures via Pixabay

 

Middelpunt

Middelpunt

Middelpunt

Ik weet nog hoe ik me voelde, toen ik rond 1980 mijn lidmaatschap van de PvdA opzegde: boos en verdrietig. Het was immers de partij van mijn ouders, die beiden politieke bestuurders waren geweest. Dus ik snap misschien een beetje hoe Gerdi Verbeet zich nu voelt. Al kan ik me niet herinneren of ik voelde dat de partij zich “van mij had verwijderd”. Een partij is dynamisch en dat hoort ook zo. Ik verliet hem destijds overigens omdat ik het een hiërarchisch, door een paar partijtijgers gedomineerd log bolwerk vond.

Ik was nooit een middelpunt in de partij, ook later niet, toen ik weer lid werd. Dat was de bemanning van Gerdi’s Rood Vooruit wel. Klachten over een gebrekkige ledendemocratie heb ik tijdens het bewind van de kameraden van hun kant nooit gehoord, trouwens. Misschien kwamen ze er nou zelf ook achter hoe het is om een minderheidsstandpunt in te nemen. Niet getreurd, want Rood Vooruit wist de weg naar de media erg goed te vinden. Daar werd met name aanstaande fusiepartner GroenLinks lekker zwart gemaakt. De rode makkers hebben zich zo bij sommigen niet populair gemaakt en dat merk je op zo’n congres. Nou is boegeroep verkeerd. Maar de Gerdi-fans lieten zich ook niet onbetuigd en er werd door het presidium wel degelijk wat van gezegd. De grootste ordeverstoring kwam trouwens van een Rood Vooruit-aanhangster in de zaal die -zonder microfoon dus onverstaanbaar- maar bleef schreeuwen.

De motie Piri over een heikel onderwerp, het hardvochtige oorlogsbeleid van Israël, en het tumult daarover kwamen als geroepen om het naderende afscheid een dramatisch tintje te geven: de vermeend links-radicale populistische elementen van GroenLinks kregen natuurlijk weer de schuld. Alsof het in de PvdA niet al langer een teer onderwerp was. Alsof er niet tot tweemaal toe minstens honderdduizend anonieme Nederlanders van alle gezindten de straat op waren gegaan.

Gerdi Verbeet is in hetzelfde jaar als ik van de productieband gerold. Ik weet wat het is om ouder te worden. Je neemt afscheid en moet dingen loslaten. Dat kost mij in stilte ook wel eens een traantje. Maar laat het daarbij, Gerdi, en zoek daarna niet wéér de media op, tegelijk met je ontslagbrief aan het partijbestuur met een cc aan NRC. Of was het andersom?

Bevoorrechte mensen klagen over onrecht als ze een keer met gelijke behandeling worden geconfronteerd.

Als je als senior met alle egards wil worden behandeld, moet je niet zelf mensen zwart maken.

 

 

Afbeelding van PublicDomainPictures via Pixabay