Verward

Verward

Verward

En nu, dacht ik na de verkiezingen. Ik zeg niet ‘na deze uitslag van de verkiezingen’. Want verkiezingen zijn sowieso wel een dingetje voor me, al lang. Ik heb geen alternatief, wel een leerzame aanvulling die we eens zouden moeten proberen. Bijeenkomsten van gelote burgers, die heus niet allemaal behoren tot de onpopulaire ‘elite van goedwillende burgers met een naïef idealistische inslag’.

Want dat is nu juist bij loten het idee: dat weten we niet van elkaar. De traditionele indeling links/rechts vervalt, de generaties zijn evenredig vertegenwoordigd, afkomst ook. Het is wie er aan de oproep gevolg geeft en als dat alleen maar een bepaald type burger is, dan is dat maar zo. Ongehoord Nederland, je pakt je kans of je pakt hem niet, daarmee ben ik gauw klaar.

In die bijeenkomsten krijgen burgers de tijd, gelegenheid en informatie om over een onderwerp wat langer na te denken dan de vraag op welke aantrekkelijke lijsttrekker en slogan ze zullen gaan stemmen. Ze leren te overleggen in plaats van te overtuigen. En dat die ander niet per se je vijand is die jou wantrouwt en dat jij dat dan ook maar gaat doen. In sommige gemeenteraden functioneren op die manier politieke partijen redelijk met elkaar. Dus het kan wel. Ja, ik pik even Jettens leus, hij had hem per slot ook gepikt.

Maar veel van zulke leerzame bijeenkomsten voor de burger zijn er niet, dus blijft de vraag na elke verkiezing ‘en nu’.

Daarover ben ik verward en met mij velen. Nou ja, op Bluesky denk ik dat dan te zien. Het punt voor mijn partij is: gaan we principieel met schone handen en een zuiver geweten in de oppositie of nemen we weer het risico om door een VVD -nog onbetrouwbaarder dan eerst- met boter en suiker te worden ingemaakt? Als we meedoen, werpen we mogelijk een blokkade op tegen extreemrechts, maar omdat het ook in de VVD sterk naar populisme ruikt, mislukt die blokkade mogelijk. Bovendien wil de goedgeklede influencer die daar danst op twee verloren zetels -ik zei het toch- niet met ons dansen.

Misschien moeten we maar gebruik maken van die opstandige houding en niet meedoen. Zo van oké, dan niet. Of hopen dat er een coalitie zonder de VVD wordt gevormd, met een regeerakkoord waar normale politici wat mee kunnen.

D66, ik hoorde het je zeggen: het kan wel. Laat maar zien dan.

 

Afbeelding van Greg Montani via Pixabay

Bescheidenheid

Bescheidenheid

Bescheidenheid

Na het schrijven van de titel, bleef de pagina urenlang leeg. Nou is het zo dat ik ook mezelf niet spaar, als ik babbel over menselijk gedrag, maar een blanco blog inleveren vond ik dan wel weer erg bescheiden. Dus aan de slag.

Ik las de wikipagina (waar het eindelijk is doorgedrongen dat ik veertien dagen geleden vaste donateur ben geworden en al veel langer verlost had moeten zijn van die onbescheiden bedel-pop-ups, maar dit terzijde) en daarna een artikel in Psychologie, met verwijzingen naar boeken en bronnen (las ik niet).

Niet dat ik er nou alles van af weet, maar het viel me op dat bescheidenheid als overlevingsstrategie niet werd genoemd. Dus in die leemte ga ik nu even voorzien, want ik heb een echte aanrader ontdekt.

De noodzaak voor de strategie kan ieder zelf wel bedenken, ik neem tenminste aan dat ik niet de enige ben over wie het leven en alle ellende in de wereld ongevraagd heen spoelen.

Nou is het niet zo dat ik hier een pleidooi voor nietsdoen of wegkijken ga houden. Maar ik lijk (en ik zie het bij menig ander ook) een veel te grote invloed te willen hebben op hoe het gaat en dus gaat het dan juist niet.

Nou, komt ie: ik stel mijn doelen wat bescheidener. Die zag de lezer wel aankomen, denk ik. Maar nu het beeld van de eigen capaciteiten, dat wordt wat lastiger bijstellen.

Vanwege een nijpend gebrek aan simpelheid van het leven en dat van mij in het bijzonder, praat ik regelmatig met een lieve psycholoog. Zo maakte ik kennis met het begrip post-traumatische groei, toen ik vertelde hoe het leren omgaan met ziekte mij ook hielp om te dealen met andere zaken, zoals de wereld, ik noem maar wat.

Groei is leuker dan een stressstoornis, dus die houden we erin.

Nou ga ik hier natuurlijk niemand aanraden om een kloteziekte te krijgen, maar menig lezer wordt een dagje ouder en dan kom je al een heel eind met onomkeerbaarheid en beperkingen, toch?

En elke lezer heeft een paar scholen meegemaakt, wat ook geen kattenpis is tussen al die ambities, pretenties en (in)competenties.

Daarom, in alle bescheidenheid: ken je zelf, doe wat je kan, dat is dus niet zo veel, hooguit af en toe een tandje bijzetten. En wees daar vooral tevreden mee. Je staat er namelijk niet alleen voor.

 

 

 

 

 

Afbeelding van Erika Varga via Pixabay

 

 

Donker verleden en heden

Donker verleden en heden

Donker verleden en heden

‘Valt wel mee, toch?’ is niet altijd een verstandige houding t.o.v. wat er nu aan het gebeuren is, bedacht ik, toen ik het boek uit had.

Ik las ‘Waar ik me voor schaam’ van Sheila Sitalsing, een aangrijpend relaas van de zoektocht die zij samen met andere nazaten ondernam na de schokkende ontdekking dat haar moeder tijdens haar leven nooit heeft verteld dat zij het (enige) kind van twee actieve NSB-ouders was, vóór en tijdens de Tweede Wereldoorlog. Twee klappen ineen om te verwerken: het zwijgen van je moeder én het foute verleden van je grootouders. In elf wenken neemt zij de lezer mee, om in de tiende en elfde wenk te zeggen: ‘vertel het door en waarschuw’ en ‘je hoeft geen sorry te zeggen maar je kunt wel rekenschap afleggen’. En, zeg ik dan, dat waarschuwen geldt niet alleen voor nazaten, maar voor iedereen die zich nu zorgen maakt over democratie en rechtstaat.

Trouwens, misschien ben je wél een nazaat, zonder het te weten. Ik wist het in elk geval wel, veel familieleden niet, bleek onlangs. Van de NSB-broer van je (jonggestorven, biologische) oma ben je geen directe nazaat eigenlijk, maar het is wel familie, dus een strenge genen-denker kan nu met andere ogen naar mij, naar ons kijken. Oké dan. Dat was -voor zover ik me kan herinneren- ook wel zo’n beetje mijn reactie toen mijn moeder het mij als kind vertelde: Oh. Er werd in de familie niet meer over gepraat, zei mijn moeder en er was geen contact meer met de oom en zijn familie. Oh.

Onlangs dus bleek -tot grote schrik van familieleden- dat mijn moeder één van de weinigen, zo niet de enige was, die ‘het geheim’ een generatie doorgaf. Sommige geheimen waren niet aan haar besteed en daar ben ik wel blij mee. Al heb ik het er als kind en ook later nooit meer met mijn moeder over gehad en dat vind ik nu wel jammer, na het lezen van Sitalsings boek. Mijn vragen zijn minder urgent dan de hare, maar ik heb ze nu wel.

Sitalsing bespreekt ze met wat zij liefdevol haar ‘pubers met de bruine krullen’ noemt, ook nazaten. Hun onbevangen meningen over ‘die opa van jou’ klinken mij enorm helpend en nuchter in de oren.

Over wenk 10, ‘vertel het door en waarschuw’: ik ben geen aanhanger van het waarschuwende ‘de geschiedenis herhaalt zich’, want er zijn altijd verschillen. Maar let wel op dat het niet weer de verkeerde kant opgaat, ook en misschien wel juist als de wereld er anders uitziet dan vroeger.

En lees het boek! https://www.debezigebij.nl/boek/waar-ik-me-voor-schaam/

 

 

Afbeelding van congerdesign via Pixabay

 

Marionet

Marionet

‘Waarom vraag je het niet gewoon’, hoor ik wel eens. Tja, goeie vraag. Waarop ik geen antwoord heb.

‘Je moet je niks aantrekken van wat een ander vindt’, ook zo eentje waarmee ik niet uit de voeten kan.

Want trek ik met het eerste niet een kast vol pingpongballetjes open en is het tweede niet een beetje asociaal? Anderen doen er toch toe? Je leeft toch in je omgeving?

Nu ik de seniorenstatus onderzoek, althans die van mij, zie ik dat er een lijn loopt van vroeger naar nu. Nou, lijn, was het maar zo strak. Ik ervaar het meer als een stippenwolk, waaruit af en toe iets oplicht. Ik noem het maar mijn buitenwereld.

Dat die buitenwereld meerdere zones heeft -van dichtbij naar veraf- maakt het niet makkelijker. Want de nabij-mensen hebben óók weer te maken met hún buitenzones. Daar komt bij dat wat vroeger vertrouwde zuilen waren (ik heb er als kind nog wel wat van meegekregen) nu bubbels heten en die worden vaker als een verwijt tegen je gebruikt dan dat ze je een veilig houvast bieden.

Ik vraag me wel eens af hoeveel mensen de van oorsprong puberale onzekerheid naar hun volwassen leven hebben meegenomen. Ik wel, of in ieder geval de restjes. Het vervelende is dat dat kan uitmonden in ongegronde vooroordelen over de samenleving. Ik pas me menigmaal aan, aan wat ik dénk dat anderen van mij verwachten. Of het schuurt daardoor.

Ik kom hierop omdat ik in de afgelopen drie blogs er hier en daar tegenaan liep dat mijn handelen kennelijk mede werd bepaald of verstoord door mijn ideeën over de ideeën van de samenleving over mij. Volgt U het nog?

Ik heb het over de invloed van de heersende cultuur, voor zover dat één geheel is. Dat is het natuurlijk niet, dus laten we het afmaken op: de grootste helft van alle meninkjes.

Het lastige is dat de ‘heersende cultuur’ fluctueert, zelf geen stem heeft, laat staan dat er een overzichtelijk up to date A-4tje van bestaat. De stemmen die er uitspraken over doen verschillen nogal, zijn het oneens of praten elkaar na. Zelf raap ik mijn opvattingen van de heersende cultuur maar bijeen uit een stapeltje eigen ervaringen, een stapeltje kranten met columns en wat ingezonden brieven. Plus die stippenwolk dus. En dan maar overeind blijven met al die prikkels.

Ik vind dat laatste, nu ik ouder ben, makkelijker dan vroeger. Niet dat ik de onverschilligheid omarm, maar af en toe de nou-dan-niet-houding aannemen voelt wel zo comfortabel. De hoeveelheid energie van een senior wordt helaas beperkter, maar dat heeft wel één voordeel: waar ik eerst elk pingpongballetje wilde terugslaan (die kast ging kennelijk tóch vaak ongevraagd open), kies ik nu mijn slagen. Had ik jaren eerder al kunnen doen, maar zo werkt het leven niet.

Terwijl ik lichamelijk steeds afhankelijker wordt van hulp en zorg, voel ik me psychologisch gezien juist onafhankelijker en minder een marionet dan vroeger, voor zover ik dat ooit was.

Misschien komt wijsheid inderdaad met de jaren.

 

 

 

 

 

Afbeelding van 愚木混株 Cdd20 via Pixabay

 

 

Efficiënt

Efficiënt

Efficiënt

Mijn brein ziet alles wat er gedaan moet worden. Toen ik jong was dééd ik het ook snel allemaal. Dat scheelde kostbare tijd, die anders verloren zou gaan aan nadenken over het maken van keuzes. Totdat het me ging opvallen dat ik doodmoe was ’s avonds. Maar niet elke dag en ook de productie per dag verschilde. Lang verhaal kort: op een voor mijn doen sloom begonnen dag eindigde ik productiever en minder moe.

Dat ging ik natuurlijk alle dagen doen, efficiënt en ordelijk. En geforceerd, ik werd er best ongelukkig van. Totdat ik ergens las dat ADHD-personen ook een paar lekker inefficiënte ADHD-dagen nodig hadden. De home made diagnose was gauw gesteld en sindsdien gaat het een stuk beter met me. Het is wat het is en ik ben wat ik ben.

De afgelopen periode was ik met leesverlof. Het duurde natuurlijk niet lang of ik was bezig in vijf boeken tegelijk. Vroeger mocht ik dat niet van mezelf. Dus las ik niet. Nu wel, want ik mag impulsen toestaan. Het e-book is daartoe een zegenrijke uitvinding: onmiddellijk kopen, onmiddellijke bevrediging. En het werkt: zodra mijn aandacht wegfladdert van het ene boek stop ik met lezen en ga ik door met een van die andere impulsaankopen. En ik lees ze bijna allemaal uit. Bijna, want sommige boeken zijn nou eenmaal voor andere lezers geschreven.

Dat geldt niet voor Rotterdam, een ode aan inefficiëntie, van journalist Arjen van Veelen. Hij schrijft over de haven, de mensen en hoe hij zich verhoudt tot de uitdagingen van de tijd waarin we leven. Ik ben nog niet op de helft, het kan dus nog uitgaan tussen ons, maar van Veelen heeft mijn hart gestolen. Dat is niet alleen omdat ik nogal triomfantelijk met de titel kan wapperen. Van Veelen neemt me mee en laat me zien wat hij eerst ook niet zag en wat niemand graag ziet van die prachtige niet-lullen-maar-poetsen/geen-woorden-maar-daden-stad. Vooruitgang, ja. Maar al die onnodige én nodige spulletjes in onze gezellige winkels komen in belachelijk grote hoeveelheden van belachelijk ver. Van die efficiënt georganiseerde handel worden arbeiders en zeelui van over de hele wereld niet rijk. Ook de zorgvuldig in sheets en power points uitgerekende opknapbeurt van de stad komt niet alle mensen van de veelkleurige Rotterdamse bevolking ten goede. De journalist en de lezer behoren tot de mensen die daar wél van profiteren.

Maar we gaan niet somberen, hè? Van Veelen is een begenadigd schrijver. In een persoonlijke zoektocht kijken we samen het vooruitgangsmonster in de bek. Hij zoekt weggejaagde bewoners en uitgebuite zeelui op. Wat mij hoop geeft is de wijsheid en overlevingsdrang van mensen. En de druppels op een gloeiende plaat: het sociale werk van een dominee, de tomeloze inzet van een postbode, dit boek zelf.

Inefficiënt misschien, maar wel effectief. Het herinnert ons aan het belang van de menselijke maat.

Veel druppels leiden tot aanhoudend gesis. En verandering.