Voor de ander

Voor de ander

Voor de ander

Op zich vond ik dat ze wel een paar puntjes had, de pratende stem achter ons op het terras: mensen zijn niet altijd even tactisch in de omgang met elkaar. Vooral als ze zich sociaal willen opstellen uit eigenbelang, gaat het wel eens mis.

Deze dame was -begrijpelijk- gevallen over het ‘Ik doe het voor jou hoor’ van iemand. Die had haar gevraagd op de hond te passen. Ik zag het helemaal voor me: eigenaar van hond zoekt nerveus naar oppas, oog valt op ‘alleenstaande die het vast wel leuk vindt’. Dankbare opluchting laten blijken is maar lastig, de gedachte ‘iets goeds te doen voor een eenzame senior’ ligt lekkerder.

Het volgende herkenbare pijnpuntje werd aangesneden, maar dat ben ik om redenen van eigen geestelijk welzijn vergeten. Lief L, ook afluisteraar in dezen, was het met me eens dat je al je puntjes beter niet de baas moet laten zijn over je gemoed.

Ondertussen vervoegde zich een poes aan onze tafel. Ik vroeg de serveerster wie ervoor zou zorgen de komende week, want het theehuis op het landgoed zou een weekje dicht zijn. ‘Ze heeft een thuis op het landgoed, maar is hier de hele dag.’ Die kat was uitgekeken op de luxe van ruimte, rust, vrijheid en het vangen van muizen en verveelde zich. Op het terras kreeg ze aandacht en je wist maar nooit of er niet iets interessants van de tafels zou vallen. Wat zij dan zou ‘opruimen’. ‘Ik doe het voor jou hoor’, zou ze dan zeggen als ze een mens was.

Toen we weggingen keek ik nieuwsgierig wat voor gezicht er bij die ‘herkenbare puntjes’-stem hoorde. ‘Dat komt niet meer goed’, zei ik. Het zuur was erin getrokken.

We namen ons voor om bij het doen van onze seniorenlichaamsoefeningen vooral vaak de schouders op te halen. En, los daarvan, uiteraard nooit te verleren dankjewel te zeggen.

 

 

 

 

Afbeelding van PublicDomainPictures via Pixabay

 

Middelpunt

Middelpunt

Middelpunt

Ik weet nog hoe ik me voelde, toen ik rond 1980 mijn lidmaatschap van de PvdA opzegde: boos en verdrietig. Het was immers de partij van mijn ouders, die beiden politieke bestuurders waren geweest. Dus ik snap misschien een beetje hoe Gerdi Verbeet zich nu voelt. Al kan ik me niet herinneren of ik voelde dat de partij zich “van mij had verwijderd”. Een partij is dynamisch en dat hoort ook zo. Ik verliet hem destijds overigens omdat ik het een hiërarchisch, door een paar partijtijgers gedomineerd log bolwerk vond.

Ik was nooit een middelpunt in de partij, ook later niet, toen ik weer lid werd. Dat was de bemanning van Gerdi’s Rood Vooruit wel. Klachten over een gebrekkige ledendemocratie heb ik tijdens het bewind van de kameraden van hun kant nooit gehoord, trouwens. Misschien kwamen ze er nou zelf ook achter hoe het is om een minderheidsstandpunt in te nemen. Niet getreurd, want Rood Vooruit wist de weg naar de media erg goed te vinden. Daar werd met name aanstaande fusiepartner GroenLinks lekker zwart gemaakt. De rode makkers hebben zich zo bij sommigen niet populair gemaakt en dat merk je op zo’n congres. Nou is boegeroep verkeerd. Maar de Gerdi-fans lieten zich ook niet onbetuigd en er werd door het presidium wel degelijk wat van gezegd. De grootste ordeverstoring kwam trouwens van een Rood Vooruit-aanhangster in de zaal die -zonder microfoon dus onverstaanbaar- maar bleef schreeuwen.

De motie Piri over een heikel onderwerp, het hardvochtige oorlogsbeleid van Israël, en het tumult daarover kwamen als geroepen om het naderende afscheid een dramatisch tintje te geven: de vermeend links-radicale populistische elementen van GroenLinks kregen natuurlijk weer de schuld. Alsof het in de PvdA niet al langer een teer onderwerp was. Alsof er niet tot tweemaal toe minstens honderdduizend anonieme Nederlanders van alle gezindten de straat op waren gegaan.

Gerdi Verbeet is in hetzelfde jaar als ik van de productieband gerold. Ik weet wat het is om ouder te worden. Je neemt afscheid en moet dingen loslaten. Dat kost mij in stilte ook wel eens een traantje. Maar laat het daarbij, Gerdi, en zoek daarna niet wéér de media op, tegelijk met je ontslagbrief aan het partijbestuur met een cc aan NRC. Of was het andersom?

Bevoorrechte mensen klagen over onrecht als ze een keer met gelijke behandeling worden geconfronteerd.

Als je als senior met alle egards wil worden behandeld, moet je niet zelf mensen zwart maken.

 

 

Afbeelding van PublicDomainPictures via Pixabay