Bescheidenheid

Bescheidenheid

Bescheidenheid

Na het schrijven van de titel, bleef de pagina urenlang leeg. Nou is het zo dat ik ook mezelf niet spaar, als ik babbel over menselijk gedrag, maar een blanco blog inleveren vond ik dan wel weer erg bescheiden. Dus aan de slag.

Ik las de wikipagina (waar het eindelijk is doorgedrongen dat ik veertien dagen geleden vaste donateur ben geworden en al veel langer verlost had moeten zijn van die onbescheiden bedel-pop-ups, maar dit terzijde) en daarna een artikel in Psychologie, met verwijzingen naar boeken en bronnen (las ik niet).

Niet dat ik er nou alles van af weet, maar het viel me op dat bescheidenheid als overlevingsstrategie niet werd genoemd. Dus in die leemte ga ik nu even voorzien, want ik heb een echte aanrader ontdekt.

De noodzaak voor de strategie kan ieder zelf wel bedenken, ik neem tenminste aan dat ik niet de enige ben over wie het leven en alle ellende in de wereld ongevraagd heen spoelen.

Nou is het niet zo dat ik hier een pleidooi voor nietsdoen of wegkijken ga houden. Maar ik lijk (en ik zie het bij menig ander ook) een veel te grote invloed te willen hebben op hoe het gaat en dus gaat het dan juist niet.

Nou, komt ie: ik stel mijn doelen wat bescheidener. Die zag de lezer wel aankomen, denk ik. Maar nu het beeld van de eigen capaciteiten, dat wordt wat lastiger bijstellen.

Vanwege een nijpend gebrek aan simpelheid van het leven en dat van mij in het bijzonder, praat ik regelmatig met een lieve psycholoog. Zo maakte ik kennis met het begrip post-traumatische groei, toen ik vertelde hoe het leren omgaan met ziekte mij ook hielp om te dealen met andere zaken, zoals de wereld, ik noem maar wat.

Groei is leuker dan een stressstoornis, dus die houden we erin.

Nou ga ik hier natuurlijk niemand aanraden om een kloteziekte te krijgen, maar menig lezer wordt een dagje ouder en dan kom je al een heel eind met onomkeerbaarheid en beperkingen, toch?

En elke lezer heeft een paar scholen meegemaakt, wat ook geen kattenpis is tussen al die ambities, pretenties en (in)competenties.

Daarom, in alle bescheidenheid: ken je zelf, doe wat je kan, dat is dus niet zo veel, hooguit af en toe een tandje bijzetten. En wees daar vooral tevreden mee. Je staat er namelijk niet alleen voor.

 

 

 

 

 

Afbeelding van Erika Varga via Pixabay

 

 

Nieuws

Nieuws

Nieuws

 

“Ik kan het niet geloven”, zei ik, me ervan bewust hoe dienstbaar clichés soms kunnen zijn.

Opeens begreep ik waarom mijn arts op de dagbehandeling een bed in een kamertje apart had laten reserveren en waarom ze zorgvuldig de deur sloot toen ze, als gewoonlijk, even langskwam.

Lang verhaal kort: ze moest me vertellen dat er toch nog een mutatie in het beenmerg was gevonden, maar dan eentje die ze niet had verwacht. En wel de laatste die ze had willen vinden: een met een statistisch zeer reële kans op het ontwikkelen van acute leukemie. Net als wij vond ze het ellendig.

Ik ging even in snel tempo door alle fases bij een ingrijpende gebeurtenis: ongeloof, verslagenheid, boosheid, verdriet, berusting en herwonnen moed. Nou ja,  een eerste keer dan, dat proces herhaalt zich nog steeds, maar dan minder heftig.

Patiënten zijn individuen en geen statistieken, zeggen veel artsen, en ik voel dat zelf ook zo. Dus ik nam me meteen voor om gewoon door te gaan waar ik was gebleven. Er is per slot ook een kant in de statistieken met mensen die boffen. En als ik aan de verkeerde kant blijk te komen dan is dat zo, maar nu ben ik er nog.  We weten zoveel niet over de toekomst, dus dat voelt alvast niet zo anders dan anders.

Wel heb ik mijn falende lege beenmerg ernstig toegesproken en vooral aangemoedigd nu weer gewoon aan het werk te gaan, want ik ben nogal moe. Met een beetje voorzichtige aansturing van het ziekenhuis komen we samen weer een klein eindje verder, lijkt het.

Doorgaan waar ik gebleven was bevalt me goed. Het geeft afleiding, vertrouwdheid en rust. Dus daarom volgen hierna gewoon weer meer blogafleveringen, die niet per se over mijn ziektes zullen gaan.

De wereld draait per slot gewoon door. Daarover en vooral daarvoor valt ook wel wat te zeggen.

 

 

 

 

Afbeelding van OpenClipart-Vectors via Pixabay

Rust

Rust

Rust

Sommige senioren, onder wie ik, denken even in een flits aan het begin van het einde, als ze een keertje in de war zijn. Wat ontzettend fijn en geruststellend voor mij is, is dat ik altijd al in de war was. Afspraken vergeten, de weg niet kunnen vinden: allemaal bekende kost.

Vroeger zocht ik daarvoor een reden (te druk), áls ik er al over nadacht. Nu schrik ik er even van. Waarom eigenlijk?

Die reden -te druk- heb ik namelijk nog steeds, want ik heb het nog steeds druk, alleen met andere dingen. Bijvoorbeeld met me druk maken over het vergeten van een afspraak. Daar komt bij dat dingen ondernemen met een stijf lijf nu een dag vullen. Druk dus.

Er verandert sowieso best veel in je lijf als je ouder wordt, ik noem deze fase niet voor niets mijn tweede puberteit: daar moet je ook mentaal aan wennen. Voor sommigen komt daar een drukke agenda vanwege medische zorg bij. Als ik mijn agenda kwijt raak is dat erger dan dat mijn telefoon spoorloos is, dát zou pas schrikken zijn.

Hoe dan ook, ik kan beter geen conclusies aan mijn warrigheid verbinden.

En tóch …

Want het bestaat natuurlijk wel, dementeren. En ik heb er de leeftijd voor.

Ik denk dat ik niet de enige ben die het een rot idee vindt dat je dan de controle kwijt bent. Waarbij ik me dan eerlijk gezegd afvraag hoe groot mijn controle nu is. In het klein lukt het wel zo’n beetje, en daar ben ik bewust blij mee. Als ik die controle door dementie zou verliezen, is dat pech. Hopelijk is er dan een liefdevol vangnetje voor me. Wel vind ik het bij voorbaat naar voor mijn naasten: die moeten dan, misschien langzaam, misschien heel snel, afscheid nemen van de versie van de ouder/partner/vriend/buur zoals ze die dachten te kennen. Dat is verdrietig. En ze maken zich bezorgd over hoe (on)gelukkig hun naaste nou is.

Nou ben ik dan weer zo eigenwijs om te denken dat ik als dementerende zelf misschien helemaal niet speciaal (on)gelukkiger ben dan ik mijn hele leven afwisselend al was. Het leven is sowieso niet perfect en dementie wordt gezien als de ultieme vorm van die imperfectie. En is dat misschien ook wel, maar hoe erg is dat voor de dementerende zelf? Als iemand heel angstig wordt, is het natuurlijk een ander verhaal, maar lijdt de dementerende zelf bijvoorbeeld onder decorumverlies en incontinentie?

Zo babbel ik mezelf door deze onzekere fase van het leven heen en dat geeft me toch rust. Het komt in de buurt van aanvaarden van wat je niet kunt veranderen, of in ieder geval aanvaarden dát je het niet kunt veranderen.

En ja, nou dringt zich toch het gebrek aan controle over de toestand in de wereld en Nederland op. Laat ik het zo zeggen: ik heb nog lang te oefenen in het aanvaarden van mijn machteloosheid daarover. Ben vast niet de enige en dat geeft me dan weer een beetje rust.

Samen staan we er niet alleen voor.

 

 

 

Afbeelding van Clker-Free-Vector-Images via Pixabay

 

 

Alles oké?

Alles oké?

De twee betekenissen van ‘ouder’ hebben vast wel iets met elkaar te maken. Het lijkt me in ieder geval voor de hand liggen dat, als je besluit om je voort te planten, je beduidend ouder bent dan je aanstaande kind. Want -net als ouder worden- is het ouderschap niet voor watjes.

Ik weet niet of dát de reden is dat ik nu af en toe moet terugdenken aan de tijd van mijn zwangerschappen en kinderen. En aan de manier waarop ik daar mee omging. Wat weer bepaald werd door hoe de mensen in de samenleving met mij in die positie omgingen. Of zoals ik de ongeschreven regels bewust of onbewust interpreteerde.

Ik denk dat ik wat nu gaat volgen wel voldoende heb gerelativeerd, dus laat ik beginnen met mijn taakopvatting toen.

Als je buiten (soms ook binnen) je eigen sociale kring gewaardeerd wilde blijven, moest je niet te veel over je gezin praten. Het mooiste was dat het op een gegeven moment ‘uit zou komen’: dat je ook nog kinderen bleek te hebben. Dan werd er met een wat minzame goedkeuring geknikt. Niet omdat je zo’n goede opvoeder van de volgende generatie zou zijn, want dat konden ze niet weten, maar omdat je het kennelijk soepel regelde en vooral dat je daar niet over zeurde. ‘Peanuts’, moest je uitstralen, deed je er gewoon bij, kwestie van goed management.

Terwijl het best een pittige tijd was, vond ik. En ik denk echt dat ik niet de enige was die dat zo ervoer.

Nou, met ouder worden ervaar ik het nu net zo. Niet laten blijken dat je strammer en minder flexibel wordt, je oogst bewondering als je normaal presteert, liefst boven normaal. ‘Die en die tenniste nog tot haar negentigste, hoor’ en ‘die en die begon nog een studie en schreef zelfs een boek op haar vijf en tachtigste, hoor’. Terwijl de laatste levensfase voor mij en meer mensen best pittig kan zijn, zowel fysiek als mentaal.

Veel mensen houden nou eenmaal van ‘positief denken’ en niet van moeilijkheden of rouw, vooral niet bij anderen. Oké, het is natuurlijk leuk voor elkaar om de dingen positief te zien. Ik ben óók van het halfvolle glas, hoor. Maar hé, halfvol is niet vol en dat hoeft ook helemaal niet. Het geeft alleen niet het volledige beeld van de werkelijkheid. Als je het zelf niet over beide helften wil hebben, is dat een persoonlijke keuze. Maar bij anderen? Hoe realistisch en -niet onbelangrijk- hoe sympathiek ben je dan bezig?

Alles oké? Nou nee, niet alles.

Het is dat ik er een hekel aan heb als mensen iets een taboe gaan noemen, dus dat doe ik niet. Maar ik zou hier willen zeggen: laten we vooral óók praten over de mindere kanten van het leven, of je nou jong, middelbaar of oud bent. En dus ook over veroudering en dood.

De fijne kanten van het leven vallen dan juist méér op dan wanneer je alleen maar geforceerde succesverhalen wil vertellen en horen.

 

 

Afbeelding van Elisabeth Guggenberger via Pixabay

 

Ouder, misschien wijzer

Ouder, misschien wijzer

Ouder, misschien wijzer

We doen het ons hele leven allemaal. En het is geen onverdeeld genoegen, zoals het leven dat sowieso niet is. Ik praat nu over ouder worden.

Beklagen daarover wil ik mijzelf niet, ik heb daarentegen een beetje te doen met onze jongere generaties. De zogenaamde Boomers zijn namelijk een vrij grote groep en beginnen nu en masse niet meer de jongsten te zijn, om het maar eufemistisch uit te drukken. Ook zoiets -het is niet typerend voor deze tijd en altijd zo geweest- maar waarom zo’n eufemisme als het over inleveren en vergankelijkheid gaat? Om het leed te verzachten?

Ik heb me voorgenomen om het komend jaar de verschillende kanten van het ouder worden -of in ieder geval dat van mij- hier te observeren. Daar kun je lezers mee kwijt raken. Geen ramp, bovendien zijn sommige media en hun veelal jongere auteurs mij ook aan het kwijt raken. Wat eveneens geen ramp is. Ik zie het als een leerzame les in bescheidenheid. Voor beiden, wel te verstaan: we hoeven immers niet op elkaar te zitten wachten en trekken ieder ons eigen pad, passend bij ons beider leeftijd en individuele karakter.

Voor de eventueel weglopende oudere lezers: ik snap dat. Per slot is het feit dat je een leeftijdscohort deelt geen verplichting om daar mee bezig te zijn als je daar geen zin in hebt. Als het goed is, zal de serie juist dáár over gaan: verwachtingen, vooroordelen en groepsdenken. Die zijn lastig te vermijden, leert de geschiedenis. Maar hoeveel schiet je er nou werkelijk mee op, als individu en samenleving?

Ik zie het dan ook als een uitdaging om de aandacht voor mijn en andermans persoonlijke beleving te laten uitmonden in een bijdrage aan die samenleving, nu en in de toekomst.

 

Een vruchtbaar 2025 toegewenst!

 

 

 

 

 

Afbeelding van Christophe via Pixabay

Logboek

Logboek

Logboek

Mijn lief en ik strekken onze stramme ledematen met een wandeling in ons dorp. En rusten uit in onze koffietent. Hij gewoon koffie met appeltaart en ik bananencake en cappuccino havermelk. Schaamteloos, dat laatste. Om niet te zeggen: met een middelvinger.

De linkse havermelk-elite wordt na de verkiezingsuitslag extra belaagd en als ik belaagd word, word ik opstandig.

Als links-elitaire moet ik namelijk de hand in eigen boezem steken. Nou, dan krijg je bij mij dus dit: er komt een hand met een middelvinger uit.

Niet dat ik niet naar mezelf wil kijken, integendeel, dat doe ik al mijn hele leven. Te veel, misschien. Want je moet natuurlijk ook tijd overhouden om kritisch naar anderen te kijken. Ik ben namelijk niet de enige die iets fout doet. Af en toe moet je dus je normale instinctieve reactie toelaten: ‘ja doei, ik ben je malle miepie niet’.

Nou, zulke en vele andere gedachten gaan dus tijdens de koffie door mijn hoofd en bij lief L ook, maar dan op basis van alle boeken die hij tegelijkertijd leest. ‘Het wordt wel wat lastig om het overzicht te houden’, zegt hij. ‘Welkom in mijn wereld’, zeg ik. Ik heb er geeneens boeken voor nodig.

Ik vertel over het logboek dat ik in een agenda van 2024 ga bijhouden. Mijn motto voor het komend jaar wordt ‘omarm de chaos’. Om dit vol te kunnen houden wel wat structuur: elke dag 10 minuten meditatie, 10 maal squatten, 30 minuten wandelen en een paar regels in mijn logboek schrijven.

Verder zult U ons beiden kunnen vinden op het strijdtoneel, mijn lief wat beschaafder dan ik met mijn middelvinger.

We blijven elite en we blijven links. PVVNSCBBBVVD kan een grote waffel krijgen. Politiek op onze voorwaarden, en anders? Een middelvinger. De nette variant dan.

 

 

 

 

Afbeelding: Gabi, via Pixabay

Foldertje

Foldertje

Foldertje

‘Vluchten kan niet meer, ik zou niet weten hoe’. Het is een zin uit een liedje van Annie M.G. Schmidt uit de musical ‘En nu naar bed’ uit 1971.

Voor wie de links in de vorige zin durft in te drukken: voorzichtig!

Ik weet niet wat ik deprimerender vind: de tekst en het onderwerp zelf of het besef dat de wereld 52 jaar geleden ook al een beangstigende en onoverzichtelijke chaos was. Waarbij je er -bij dat laatste- toch niet omheen kan dat we ondanks die sombere vooruitzichten toch maar weer mooi 52 jaar verder zijn met zijn allen.

Nou, niet allen, oké. Pakweg de helft van toen is dood, doorgaans volgens de natuurlijke verwachting. Of oud, zoals schrijver dezes, ook niet onnatuurlijk. En de andere helft is nieuw. En nou aan de beurt om er wat van te maken.

De stemming in mijn bejaarde bubbel is momenteel vergelijkbaar met die uit de musical, durf ik te constateren. En als ik voorzichtig buiten mijn bubbel loer: daar ook een beetje.

Als alternatief voor vluchten werd -in de musical- de mogelijkheid tot schuilen genoemd. Bij elkaar. In bed. Iets met liefde, dus. Love and Peace, weet je wel?

Ik weet niet hoe wijd verbreid dat schuilmotto buiten het theater was, maar je hoort het niet veel meer, tegenwoordig. Misschien wordt het overstemd door een deprimerend openbaar cynisme.

Over ouderen, jongeren, links, rechts, midden, de elite, rechters, wetenschap, dokters, gewone mensen, zwarten, witten, bruinen, gelen, kiezers, kruidenvrouwtjes, boeren, burgers, buitenlui, migranten, feministen, seksisten, moslims, joden, antisemieten, mannen, homo’s, vrouwen, lesbo’s, alle mensen die niet ingedeeld willen worden en … Nog iemand vergeten?

Samengevat: over elkaar. Maar dat is ook niet juist, want niet iedereen is cynisch over anderen. En niet iedereen is altijd cynisch over anderen.

Begin jaren tachtig kregen mijn lief en ik een ruziestencil in de handen geduwd. Niet om het te leren (was niet nodig) en niet om het te voorkomen (verloren zaak). Maar om het te leren op de goede manier.

De kern ervan: luisteren en geen jij-bakken. Valt niet mee, ook nu nog. Ik ben het kwijt, helaas. Anders zou het misschien van pas komen. Voor ons, maar ook voor die boze buitenwereld: foldertje in alle brievenbussen, zoiets?

Voorlopig vlucht ik lekker, af en toe. In dingen die ik leuk vind. Bij mensen die ik lief vind. Om er daarna met hernieuwde energie nog wat van proberen te maken, die wereld.

Vluchten kan best.

 

Afbeelding John Hain via Pixabay

Papiertje

Papiertje

Papiertje

Terwijl ik, uitkijkend naar rode jassen, het pleintje in mijn dorp op liep, kwamen twee mensen op mij af met waarschijnlijk dezelfde missie als waarvoor ik kwam: politieke papiertjes uitdelen. Ik was even in verwarring over of ik het hunne zou aannemen: daar kwam ik vandaag toch niet voor, papiertjes aannemen, ik ging ze juist uitdelen!

Maar er was nóg iets. We zullen het nooit weten, want er waren geen andere partijen, maar zou ik daarvan wél een papiertje hebben aangenomen?

Afijn, ik deed het dus niet. Mijn politieke kleur is namelijk roodgroen en deze partij… nou ja, hun politiek leider, laat zich nogal bruinig uit. Ik zei dus nee dankjewel want ik ga het toch niet lezen. De toon voor een goed gesprek was -door mijn schuld- toen niet bepaald gezet, maar gelukkig ontstond er toch een joviaal gesprek van papiertjesuitdelers onder mekaar. Dat mijn kameraden er nog niet waren en zo.

We wensten elkaar succes en ik ging een eindje verder staan schuilen tegen het ongemak. Mijn rode kameraden kwamen gelukkig snel opdagen en er ontspon zich nu met zijn allen een respectvol maar warrig gesprek, aangegaan door de vrouwelijke volgeling van de bruinige leider. ‘Kunnen we de overheid nog wel vertrouwen, wat vinden jullie?’ Bam.

Ik mompelde gauw ja en één van de kameraden zei dat hij er werkte. Dus ook ja. We vroegen om voorbeelden en al gauw kwam ter sprake wat haar nog steeds dwars zat: de QR-code. Nou was dát nou toevallig iets waarover ik ook mijn bedenkingen had. Maar al gauw ging ze over op haar ervaringen met corona en vaccinaties en zo. Wat we daaruit moesten afleiden, kreeg ik niet mee, want het ging al weer verder over mondkapjes. Gelukkig hebben we Sywert van Lienden. Nagenoeg elke politieke kleur is het er wel over eens: een onbetrouwbare lamzak. We zeiden het daar op dat pleintje wat anders, natuurlijk. Maar een ingewikkeld verhaal over het nut van mondkapjes werd nu afgewend.

Eén van mijn kameraden, de overheidsdienaar, nam hun papiertje trouwens wél aan, vouwde het dubbel en stak het in zijn zak. Misschien voor later. Achteraf heb ik een beetje spijt: aannemen is natuurlijk veel aardiger én ik ben eigenlijk wel nieuwsgierig wat er in hun papiertje staat.

We babbelden nog wat en de mannelijke volgeling van de bruinige leider vertelde dat hij de rode kameraad van mij kende, omdat ze samen in de gemeenteraad zaten en toen werd ik zomaar een beetje optimistisch. Vanwege dat samen. Nee, niet samen voor dezelfde partij, maar samen voor de gemeente. Samen komen we er misschien wel uit, als burgers.

Ik heb binnenkort weer papiertjesdienst. Misschien staan ze er weer, dan neem ik dat papiertje wél aan.

Alle papiertjes van alle partijen verdwijnen trouwens in de prullenbak.

Verwachtingen

Verwachtingen

Verwachtingen

Vlak voor het feest van het licht, waren wij aan de beurt, Lief L. en ik. In die volgorde, twee dagen ertussen. Vijf maal in de rij voor een vaccin kon niet voorkomen dat een zeker virus zich comfortabel nestelde in ons systeem. We wisten natuurlijk wel dat dat kon. ‘Niet de vraag óf, maar wanneer’ had onze huisarts nog gezegd. Ik ben dan zo eigenwijs te denken dat ik de uitzondering ga zijn.

Twee rode streepjes dus.

Eigenlijk was ik daar ook wel weer een beetje trots op: nou hoorde ik er helemaal bij. En je krijgt dankzij zoveel prikken de thuisversie, toch? Paar dagen snotteren, of zelfs helemaal niks merken. Toch?

Oké, de thuisversie was het, we hoefden niet aan de zuurstof. Maar ik vond het niet smaken naar Corona light. We werden best wel ziek. En chagrijnig. Zoals je de pest in hebt als een aankoop tegenvalt: dát hadden we toch niet besteld?

Bovendien bleek ik een tweede verwachting te hebben: ik zou sneller herstellen dan mijn lief.

Was ik wel even vergeten dat hoesten mijn specialiteit is, en dus de achilleshiel. Feitelijk hoest ik vanuit de tenen, maar oké, zo is nou eenmaal die zegswijze.

Een korte verhandeling over hoesten: het is eenrichtingsverkeer, je kunt alleen uitademen.

Een wat langere verhandeling: in het normale hoestleven kun je de toestand onder controle houden door ontspanning en daardoor verbreding zodat er weer twee ademrichtingen benut kunnen worden. Essentieel voor het vervolg van je leven, toch? Zo niet bij corona.

Dus nu een verhandeling over corona. In het dna verankerd  zit een in-en-in slecht karakter: de droge keelkriebel. Die het hele luchtwegensysteem tot in de diepste diepte activeert tot het nat is.  En blijft. Overdag nog te doen, voor ervaren hoesters. Maar ’s nachts niet. En eigenlijk valt het overdag ook niet mee.

Enfin, we zijn inmiddels bijna vier weken verder. Besmettelijk zijn we niet meer, maar iedereen deinst nog achteruit, vooral bij mij.

Verwachtingen durf ik niet meer te hebben, maar het zal in 2023 wel overgaan.

Verwacht ik.

Toch?

 

 

 

Uit het raam

Uit het raam

Uit het raam

Uw privacy is gewaarborgd. Maar ik kan wel zien hoeveel bezoek ik op mijn website krijg en wat het bezoek leest. De ene dag is drukker dan de andere en op een rustige dag was er maar één gast (of een robot, dat controleer ik dan weer niet) en die las een column over *ouder worden, uit 2015, het jaar dat we verhuisden naar een appartement op de begane grond.

Nou, dat appartement hebben we inmiddels weer verlaten. Nu kan ik hier natuurlijk allerlei redeneringen optuigen over het waarom. Maar het komt er kort gezegd op neer dat we ons hebben laten wegpesten. Dat klinkt zielig en dat is het natuurlijk ook wel een beetje. Dus in het moeizame proces -wéér opruimen, huis etaleren, verkopen, huis zoeken, huis kopen, inpakken en wegwezen- hield ik mijzelf en lief L regelmatig de titel van een krankzinnig leuk boek voor: De honderdjarige man die uit het raam klom en verdween. Zo waren wij ook. Die honderdjarige liet zich niet langer tiranniseren door de directrice van het bejaardentehuis. Het was een trut, voor alle bewoners trouwens. Zo eentje hadden wij er ook, al was die feitelijk geen directrice en was het seniorencomplex geen bejaardentehuis. Maar wij waren wel net zo stoer als de honderdjarige.

Het heeft ons verouderingsproces natuurlijk niet kunnen tegenhouden, maar we kunnen daar nu tenminste opgewekt over rouwen tussen vitale mensen in de levensfase waarover we rouwen dat die voorbij is. Je zou zeggen: helpt niet echt. Maar is toch zo. Want die voorbije fase (werkende mensen met kinderen) is fijner om op terug te kijken dan de onzekere schoolfase van onmacht, pleinruzies, jaloezie en pesten. Die fase is veel langer geleden, maar kan in de seniorenfase weer heel dichtbij komen.  Zeker als je de pech hebt met een paar verkeerde mensen in een Vereniging van Eigenaren terecht te komen. Zonder het perspectief dat je op een gegeven moment groot gegroeid bent en je eigen leven kunt gaan leiden. Dus dan klim je als senior maar uit het raam.

Wij wijden ons nu weer vitaal aan de medemens en een duurzamere wereld maar verenigen ons nimmer meer in eigenaarschap. We hebben nu een huis waarvan ook het dak, de muren, ramen en buitendeuren van ons zijn.

Teken trouwens eens een huis zonder dat.

Precies.

 

 

afbeelding: janjf93 via Pixabay