Onaangenaam

Onaangenaam

Onaangenaam

Dit wordt een heel lang kwaad stuk waaruit zal blijken dat achter deze braverik eigenlijk een heel onverdraagzaam mens zit. Dus: keer om en wacht betere tijden af.

 

Ha, U bent er nog, fijn. Het zit namelijk zo: het was me in mijn lange leven al eens opgevallen dat er mensen zijn die bij moeilijke situaties- van mij of anderen- steevast een denkbeeldige weegschaal pakken, het probleem op de ene schaal daarvan leggen en dan de eerste de beste dooddoener op de andere. Klaar! Ze kijken heel tevreden over hun verstandige inbreng, die de boel immers mooi in evenwicht heeft gebracht. En voor de rest zoek je het verder zelf maar uit met je verdieping.

Zulke mensen, dat gáát dan nog, want die vermijd je voortaan gewoon als je ergens aftastend dan wel diepgaand over wil praten. Maar er zijn er ook die maatschappelijk conflictueuze situaties opzoeken, zien hoe de wind waait en dan pathologisch hun tegenwind rondblazen om zo hun saaie leventje nog een beetje sjeu te geven. Het onderwerp doet er niet toe, maar het ligt hun altijd zéér aan het hart, evenals ‘vrijheid’ en ‘de nuance’.

Het probleem coronamaatregelen was vanaf 25 februari jl. gedateerd. De koffiedrinkende actievoerders met hun loze hartjes zaten even ‘in between jobs’. Kregen ze zomaar de oorlog in Oekraïne in de schoot geworpen! En ja hoor: de agressieve dictator, volksverrader en gifmenger P. wordt onmiddellijk geadopteerd. Ja, ik weet het, zíj zeggen gewoon Poetin, zonder negatieve kwalificaties. Waardoor i k er natuurlijk ongenuanceerd, bevooroordeeld en eenzijdig op sta, maar dat doe ik heel graag deze keer.

‘In zekere zin begrijp ik wat Poetin doet’, zegt oprichter en presentator van internetzender Blckbx, Flavio Pasquino. Hij noemt de verslaggeving in de reguliere media ‘volstrekt eenzijdig’, omdat die zou verzwijgen dat het Westen de oorlog heeft ‘uitgelokt’. Verzwijgen? Nou vráág ik je! Ik lees al jaren dat West-Europa onhandig opereert als het gaat om verdeling van invloedssferen, ben het er zelfs mee eens, en die kritiek wordt ook nu herhaald. Uitlokken? West-Europa gaat eerst aan het Russische olie-en gasinfuus, bindt zich kruiperig en gedwee financieel met handen en voeten aan Russische handel en oligarchen en gaat dan een oorlog uitlokken? En die homohaat in Rusland, het vergiftigen van politieke tegenstanders en journalisten, het afschaffen van de democratie en het intimideren van zijn eigen volk door dictator P. en zijn geprivilegieerde kliek, ook allemaal uitgelokt door het Westen?

Nee, dan Sietske Bergsma van corona-actiegroep Moederhart. Zij verdedigt de Russische inval met de woorden ‘Wat had Poetin dan moeten doen?’ Eh, even denken…nou bijvoorbeeld n i e t het buurland binnenvallen en harteloos kinderen vermoorden of kinderen met hun moeders van huis en haard verdrijven terwijl hun vaders zich doodvechten, zoiets Siets?

‘Wij zijn altijd kritisch op media en politiek. Dus als Rusland als dader wordt beschreven en Oekraïne als slachtoffer, wéét je gewoon dat daar nuance mist’. Daar heb je hem, de authentieke genuanceerde weegschaallulkoekverkoper. Nu in de persoon van Max von Kreyfelt van Café Weltschmerz, een andere internetzender.

De overstap van corona naar dictator P. verloopt soepel, temeer daar er al een paar geestverwanten met dezelfde weegschaalaandoening in zijn fanclub zaten.

Zo stelden schrijvers van Uitgeverij De Blauwe Tijger in 2017 al de retorische vraag ‘Poetin, staatsman bij uitstek van onze tijd?’ Ja, natuurlijk. En daarna gingen ze geheel in zijn onbetrouwbare leugenpropaganda-geest complottheorieën over corona verspreiden. Ook emeritus-hoogleraar internationale betrekkingen (sic!) Kees van der Pijl blijft na de inval in Oekraïne gewoon fan. ‘Persoonlijk zie ik niet wat er zo bijzonder onaangenaam is aan de leiding en de persoon van de president daar’.

Onaangenaam! Waar zijn de Griekse en Romeinse dondergoden en wraakgodinnen als je ze nodig hebt? Donder en bliksem over zo’n uitspraak! (En dan lijkt hij*ook nog op Dominee Gremdaat*, wat trouwens heel erg zielig is voor de laatste en zijn schepper, Paul Haenen.)

Tja, dan Willem Engel nog natuurlijk, die sneller aangiftes doet dan hij danspasjes kan maken en daarmee andermans leven en de rechtspraak onevenredig belast. ‘Het was ons nooit alleen om corona te doen’. Wat je zegt, Willem. Het gaat jullie om jullie.

 

 

Voor dit stuk heb ik gebruik gemaakt van informatie uit dit NRC-artikel https://www.nrc.nl/nieuws/2022/03/03/ik-begrijp-wel-wat-poetin-doet-a4096731

De afbeelding is van Pixabay.

Dissen

Dissen

Zeven vinkjes plus dissen

Het is natuurlijk tricky om te zeggen dat je blij bent dat je niet beroemd bent. Er staat altijd wel iemand klaar om uit te leggen dat jij dat stiekem juist heel graag wil. Maar ik ben dus blij, want nou word ik niet geïnterviewd in Volkskrant Magazine, de vrolijke weekendbijlage van mijn krant. Op grond van mijn lezerservaringen zou ik namelijk bang zijn om óók in de zeik gezet te worden door gevaarlijke vragen en stomme foto’s, alles overgoten met een knipoog, want het is uiteindelijk weekend, toch?

Maar goed, Joris Luyendijk schreef een nieuw boek, De zeven vinkjes, en daar wil hij aandacht voor en dat kreeg hij dit weekend met een interview. Snap ik, van beide partijen.

Het boek is een pijnlijke reis naar binnen over twee ongelukkige jaren in Londen bij de Guardian, inmiddels tien jaar geleden. Voor het eerst realiseert hij zich nu dat zijn zeven hoedanigheden (man, in Nederland geboren ouder(s), wit, hoogopgeleide en welgestelde ouder(s), vwo, universiteit en hetero) hem niet gingen helpen. Hij heeft zich namelijk niet leren handhaven, zoals mensen met een andere achtergrond of geslacht dat wél hebben moeten leren. En toch worden die, ondanks die krachtige kwaliteit, nog steeds niet benoemd in topfuncties, zegt Luyendijk. Dat is raar, vindt hij en daar ben ik het mee eens. Hij vertelt verder hoe het voelt als je gedist wordt. Voor de duidelijkheid: dissen is zogenaamd goedmoedig plagen, maar het ruikt indringend naar pesten en uitsluiten.

Je hoeft geen vervelend voormalig kostschooljongetje uit Engeland te zijn om iemand te dissen, laat de Volkskrant na het weekend op maandag zien. En je hoeft ook geen vinkje man te hebben. De dame van het interview gaf in het weekend de bal voor en de dame van de column schoot hem er maandag in. Ze hoefden het niet eens met elkaar af te spreken. Want zo gaat dat bij de dis-cultuur: het werkt op een onzichtbare radar. Voor wie de links niet kan openen: in het interview worden precies díe vragen gesteld over bekendheid, ijdelheid en inkomen waarop elk antwoord je kwetsbaar maakt. En de tijdens corona gewoon doorbetaalde columnist maakt daar vervolgens vaardig gebruik van door een nuchtere opmerking van Luyendijk over ontbrekende coronasteun naar haar hand te zetten. Lachen. Ze gaat niet dieper in op de inhoud van het boek, maar verschuilt zich achter een verwaand sarcasme. ‘Privilege? Duh, weet ik al mijn hele leven.’

Wij hadden het er hier thuis dus over of er niet nóg een vinkje nodig was om je in dit leven staande te houden. Ik heb er sowieso vijf (geen piemel, geen bul). Maar, zoals iemand n.a.v. mijn vorige blog over identiteiten opmerkte, ik heb een universitaire man. Ik ben destijds gewoon uit liefde getrouwd, maar in seksistisch denken is welgesteld trouwen inderdaad lucratief en ik reken hem voor deze keer goed. Zes dus. Meer dan menig ander mens, je hoort me niet klagen.

Maar.

Feit is dat zowel de universitaire man als ik er niet genoeg aan hadden om soepel door het leven te mogen gaan. We hebben eelt op onze ziel moeten kweken, net als Joris in Londen (en nu in Nederland). Want je komt zomaar iemand tegen die een beetje wil ‘sparren’, dissen, buitensluiten, pesten of zich anderszins met jou wil vermaken, al dan niet in groepsverband. Geslacht of kleur maken niet uit, het gebeurt in elke vinkjes-groep, ook onderling.

Het is de kunst om niet mee te gaan dissen en wél gevoelig te blijven. Mijn lief vindt mij overigens in bovenstaande kwestie té gevoelig…

D u n  laagje eelt toch maar. Moet maar genoeg zijn.

 

Identiteiten

Identiteiten

Identiteiten

Sinds enkele medelanders -die zichzelf gekleurd en mij wit wensen te noemen- hun mondje stevig roeren, hoorde ik over identiteit. Ik had er nooit lang over nagedacht, vraag me niet waarom. Volgens hen ging het daarvoor te goed met me. Sinan Çankaya schreef er een boek over, ‘Mijn ontelbare identiteiten’. Aanrader, je moet alleen wel kunnen tegen die storende sociologenpraat, tussen de mooi geschreven verhalen over zijn leven als migrantenkind door.

Afijn, sinds enkele jaren ben ik me dus ook bewust van mijn identiteiten, al dan niet toebedeeld en inclusief kwalificaties. Gaat ie.

Ik ben vrouw (emotionele zeurkous), wit (geprivilegieerde kolonialist), hoogopgeleid (weet niks van het echte leven), welvarend (verwend) en ik woon gezien de woningnood in teveel vierkante meters (egoïstisch), zeker voor een bejaarde (nóg egoïstischer). Over dat laatste: ik ben héél duur voor de samenleving, omdat ik natuurlijk weer niet gezond geleefd heb en daar draait de jonge belastingbetaler nou voor op. Tot overmaat van ramp laat ik ook nog een grondig verpest klimaat achter.

Ouder worden is al niet leuk, maar om nou de schuld te krijgen van alles wat er ondanks alle inspanningen mis is, voelt niet zo…eh…leuk, dus.

 

Zo zie je, Çankaya, dat de vijandigheid jegens al míjn identiteiten ook aardig kan oplopen. Ik reken de laatste tijd bij de Leuk-Leven-kassa regelmatig een hoger bedrag af dan mijn incasseringsportemonnee eigenlijk bevat.

 

Wie drijft die prijzen eigenlijk zo op?

Wij allemaal, vrees ik.

Ik moet me zelf ook beheersen. Bijvoorbeeld om die planeetdepri’s, ratioadepten, boos gekleurde betweters en koosjere vierkante metertellers niet allemaal in een hok bijeen te drijven en door de tralies heen de vraag toe te schreeuwen wat ze zélf eigenlijk doen voor een leukere wereld, behalve een ander de schuld te geven dan. En of ze niet vinden dat het bij een gezond leven hoort om regelmatig kritisch naar jezelf te kijken. Kritisch, maar vooral ook mild, want het schijnt dat je dan ook wat milder naar ‘De Ander’ gaat kijken.

Maar van deze onbeheerste plannen van mij komt natuurlijk niks en dat is maar goed ook. Dus spreek ik kritisch tot mezelf (‘niet overdrijven’) en mild (‘kan me wel voorstellen dat het je af en toe tot hier zit’) en dan word ik wel weer een beetje milder tegenover de anderen. Ach, ben nooit zwart geweest natuurlijk, maar wel jong en op de barricade. Toen was ik misschien ook niet altijd even leuk. Van die barricade krijgen ze me overigens niet weg, leuk of niet leuk.

 

Dagboek van een schaap

Nou dacht ik toch echt dat ik wel weer mijn oude pre-corona-zelf was (een mengelmoesje van ongeduld en berusting), maar dat is toch niet helemaal zo. Vervelend, want dit moet een milde oudejaarsaflevering worden. Omdat a. we met zijn allen nou wel genoeg gemopperd hebben en b. nou ja, hetzelfde.

Wat humeur in roerige tijden betreft ben ik als de kanarie in een kolenmijn. Ik val als eerste om. Toen deze virus-ellende begon werd ik gelijk ongedurig van die stilstaande wereld om mij heen. Zelf hou ik wel van mijn huisje en mijn rust, maar iedereen om mij heen moet gewoon druk doorgaan. Maar goed, even heel mindful na 2 jaar: het is wat het is, iedereen doet zijn best en het handjevol irritante mensen is keurig verspreid over de verschillende kampen. Huh? Jazeker!

Als iemand besluit zich niet te laten vaccineren, wordt zo iemand asociaal genoemd, want die denkt niet aan anderen. Eerlijk gezegd: toen ik besloot me wél te laten vaccineren, dacht ik aan mezelf en mijn naasten. En pas in een veel later stadium dat ik daarmee een bescheiden bijdrage zou leveren aan de samenleving.

Een beetje cynisch fantaseerde ik daarna over ons, de vaccinkiezers. Wat zou er gebeuren als er een tekort aan vaccins zou zijn geweest? ‘Gaat u voor!’ ‘Nee, gaat ú maar!’ Denk het niet. Nou zijn sommige vaccin-niet-kiezers ook niet zo aardig over ons. Wij zijn schapen. Conclusie is dat we dus gewoon niet zo aardig zijn tegen en over elkaar. En in deze statistiekentijd nu even een statistiekje van mij. Disclaimer: ik ben een amateur. Komt ie.

Aanname: van pakweg 100 mensen zijn er in onze samenleving doorgaans 10 altijd vervelend. Als je onder die honderd mensen ongeveer 85 vaccin-kiezers en 15 vaccin-niet-kiezers hebt, dan zijn die 10 mensen hoogstwaarschijnlijk best wel gelijk over de twee groepen verdeeld. Dan vallen die 5 bij de 15 natuurlijk meer op dan die 5 bij de 85, maar dat wil dus niet zeggen dat de vaccin-kiezers als groep aardiger en socialer zijn.

Ik ken persoonlijk niet zoveel vaccin-niet-kiezers, twee in totaal. Ze zijn aardig en sociaal. Publiekelijk is dat anders, daar zie ik een paar irritante drammertjes. Maar onder de vaccin-kiezers op publieke fora, zitten er ook een paar. ‘Ik ben hartstikke voor vaccinering, maar …’ en dan begint het vragen en zagen en stoken en poken in en over alles waar een welwillend mens -ook in deze tijden- vertrouwen in probeert te hebben: de overheid, de wetenschap en natuurlijk de medemens. De -voor mij- meest irritante onruststokers laten geen kans voorbij gaan zichzelf ook nog eens op te werpen als ‘verbinder’ tussen de ‘gepolariseerde’ vaccinkampen. Ja, doei! Vredestichters in een oorlog die ze zelf zijn begonnen. Heldhaftige blussers bij de vrijwillige brandweer die eigenlijk sociale pyromanen zijn.

Misschien overdrijf ik, maar hierom is het dus dat ik mijn labiele evenwicht nog niet helemaal hervonden heb.

Mijn goede voornemen en boodschap: laten we elkaar niet beoordelen op vaccin-keuze, maar op welwillendheid, respectvolle aandacht en vriendelijkheid. Laten we met aardige mensen in gesprek blijven, tot welk kamp ze ook behoren.

 

Een gezond 2022, in alle opzichten!

 

Samenwerking

Iedereen mag weten wat ik gestemd heb (GL) en iedereen mag voor zichzelf ook weten wat ie stemt, dus deze column verschijnt op verkiezingsdag pas om negen uur ’s avonds en is geschreven vóór de uitslagen van de exit polls.

Er was weer een ruime keuze, met veel nieuwkomers, waarvan één Nieuwkomer met een hoofdletter. Volt heeft een goede pers bij weldenkende mensen, waartoe ik mijzelf op mijn goede momenten ook reken. Waar de jonge frisse lui evenwel niks aan kunnen doen is dat ik in mijn omgeving erg last heb gehad van een fervent Volt-persoon die opvallend anders opereert dan waar Volt voor zegt te staan.

Ik ben zo vrij om het samen te vatten als pragmatisch, constructief en gericht op samenwerking. Volt bedoel ik dan, hè? Want een hoog- (niet breed) begaafd persoon die de eigen manipulaties ‘schaken’ noemt en slechts op verzoek van een dappere enkeling uit het lam gelulde publiek de regeltjes- en cijfertjesbrij  met tegenzin even onderbreekt om te zwijgen (en uiteraard niet te luisteren), tja, zo iemand zie ik dan niet voor me bij een pragmatische en constructief samenwerkende Volt-er.

Vraag is natuurlijk of ik langs mijn persoonlijke frustraties en wrok heen kan kijken. Ik waag een poging en dan zie ik een partij die een aantrekkelijk maar niet zo heel erg nieuw programma heeft. Een programma dat, net als bij andere partijen, toch afhankelijk blijft van de goede intenties en communicatieve eigenschappen van mensen die moeten zorgen dat het ook uitgevoerd kan worden.

Nu popt toch even die boven beschreven rondwandelende antireclame op, maar eerlijk is eerlijk: dit type kan elke partij verzieken en het enige voordeel is dat ze daardoor nooit ergens lang blijven, zie de splinters en carrousels in de Tweede Kamer.

Wat betreft samenwerking: ik heb dus gestemd op de enige partij op links die daar ook in de campagne nog over bleef praten, hoe onhandig dan ook. Je weet maar nooit of het een keer gaat lukken.

 

(illustratie: OpenClipart-Vectors via Pixabay)

Groot groeien

Groot groeien

Lachmann-Anke (Pixabay)

Als ik later groot zou zijn, was ik lekker de baas. En zou ik alléén nog maar boterhammen met boter en suiker eten. Mijn vader schoot in de lach, toen ik dat vroeger zei. “Dat lust je dan niet meer.” Ik ben nu groot en het klopt, al vergeet ik de verrukking van toen nooit.

Het fotoboek in mijn hoofd is rommelig en niet chronologisch ingeplakt. Dus dat werd bladeren, maar ik kon verder niks vinden over ‘later-als-ik-groot-ben-plannen’. Daar was ik naar op zoek vanwege grote mensen uit het dagelijks nieuws. Ze vallen nogal op, omdat ze zich niet gedragen als grote mensen. Wat zouden hun ‘later-als-ik-groot-ben-plannen’ zijn geweest? Ik denk opvallen en dat is dan gelukt.

Ik noem verder geen namen, maar er is er eentje die opvalt vanwege zijn taakopvatting van Tweede Kamerwerk. Daar vallen onder: zwetsen in het Latijn; verkleden (soldaatje); pianospelen (op een echte vleugel!); lavendel snuiven; coke snuiven. En niet te vergeten: Maradona aftroeven betreffende alcohol en cocaïne. Lanterfanten dus. Maradona kon tenminste nog voetballen.

“Waar komt jouw kruistocht tegen het antisemitisme vandaan?”, vroeg het joch aan iemand. Die zei dat iedereen toch tegen antisemitisme was, waarop hij zei “bijna iedereen die ik ken is antisemiet”. Dan ken je een hoop rotzakken, zou ik zeggen. Wat mij -naast dat antisemitisme- schokt is dat hij denkt dat iedereen zo is en dat hij geen benul lijkt te hebben van de ernst. Alsof het over masturberen gaat: wát nou, iederéén doet dat toch?

Iets verder van hier loopt er nog zo eentje rond. Ik herinner me zulke kinderen van vroeger: verliezen en dan moord en brand schreeuwen dat de ander doet wat ze zelf doen: vals spelen. Op het schoolplein kinderen betasten, schoppen en bespugen. En dan -na die verdiende knal voor hun harses- gaan janken dat ze niet meer op zijn partijtje mogen komen. Joepie! Eh, jammer.

Die van hier heeft goed naar die van daar gekeken: media liegen en iedereen speelt vals. Er komen er steeds minder op zijn partijtje:  een net zo’n over het paard getild rotjoch als hij, plus een paar verdwaasde angsthazen.

Ik weet trouwens niet of zijn oude vriendjes wél groot gegroeid waren. Misschien was dit hun laatste groeispurt. Ze hadden er wel eerder achter kunnen komen dat het niet slechts koket studentikoos gebral is, als je jouw poepkleurige theorettes over cultuur staat uit te venten.

Maar goed, nu tegen antisemitisme en racisme en daar hou ik ze aan.

Zij zijn groot en hij blijft klein.

 

 

 

 

Blij Links

Blij Links

foto holdmypixels via Pixabay

Nou hoor je wel eens zeggen dat wij mensen tegenwoordig lijden onder de overdaad aan informatie. Bij het woord informatie stel ik me altijd iets nuttigs voor: hoe je een kastje in elkaar zet, hoe je een appeltaart bakt, hoe je een fietsband plakt, hoe laat je trein gaat en hoe je (niet) zwanger wordt. Met informatie hierover heb je de meest urgente zaken van het leven toch wel zo’n beetje in het snotje.

Maar nou wil het geval dat er verder nog best wel veel gebeurt in de wereld. Informatie daarover valt nog wel te verstouwen, al moet ik bekennen dat het mij niet altijd lukt om af en toe ‘nou én!’ te roepen of het stoïcijns te nemen voor wat het is -een gebeurtenis. Dus ik sta al op achterstand.

Maar al die meningen! Waarom het precies was weet ik niet meer, maar ik bedacht eens dat je als stukjesschrijver beter niet kon ingaan op de actualiteit. Ter voorkoming van wéér een mening, zoiets. Want die heeft iedereen al. Zelf lees ik graag stukjes van anderen, mening of niet. Onder sommige daarvan kun je reageren en je raadt het al: allemaal meningen over een mening. En daar hebben we dan ook weer een mening over, ik ook. Mening-aerosolen verspreiden zich als een zeker virus, welks naam ik hier niet wil noemen.

Maar goed, ter voorkoming van mentale overbelasting ga ik voortaan voor de Stoa. Stoïcijns zijn vind ik namelijk een stuk stijlvoller dan ‘nou en!’ roepen.

Zijn stoïcijnen eigenlijk wel eens blij, trouwens? Zo van dat ze met een uitgestreken gezicht zeggen dat ze enigszins verheugd zijn? Dan heb ik nog wel een weg te gaan.

Ik was namelijk niet zo lang geleden héél blij en ontroerd toen ik zag hoe ergens in de wereld op straat heel veel mensen óók heel blij en ontroerd waren omdat heel veel mensen op een normaal mens hadden gestemd. Gelukkig een beetje méér mensen dan die heel veel mensen die op een zeker persoon hadden gestemd, wiens naam ik hier niet wil noemen.

En nou komt het: die blijdschap laat ik niet vergallen door nogal wat sombere linkse kameraden van me, achter hun eeuwig halflege glazen. Ze voorspellen dat er niks van de linkse agenda terecht zal komen.

Nee, denk je? Vergeef me de stromanredenering, maar je hebt dus liever weer vier jaar een malafide topidioot die ze om te beginnen eens zijn bepotelde telefoon zouden moeten afpakken?

Mijn glas is halfvol en ik hef het bij deze.

Blij links bestaat namelijk ook.

 

 

In één keer goed?

In één keer goed?

Het is al even geleden. Twee weken. Lijkt langer. Boosdoener? Daarover straks.

Terwijl ik dus lang geleden op mijn sportclubje probeerde mijn nóg oudere dag dan de huidige uit te stellen, ving ik tussen de jong-blijf-muziekjes een kort nieuwsbericht op. Letterlijk weet ik het niet meer, maar het kwam erop neer dat uit een peiling bleek dat personeelswervingen tamelijk eentonig van aard zijn.

Het lijkt of er al jaren altijd en overal behoefte is aan energieke, dynamische, creatieve en vooral flexibele krachten om het team aan te vullen. Ik denk dan: als dat al jaren zo wordt geformuleerd en er zitten nog steeds geen energieke, dynamische, creatieve en flexibele krachten, wie zitten er dan wel? Slaperige mompelaars die verstrooid om zich heen zitten te kijken of er iemand komt uitleggen wat ze hier in hemelsnaam doen of horen te doen?

Of zouden de energieken er juist wél zitten en is elke organisatie een onverzadigbare ADHD-organisatie, waar in plaats van zoetjes ritalin in de koffie gaat en in plaats van zakjes creamer coke in de neus? En dat dan personeelsleden zó snel opbranden dat er telkens nieuwe nodig zijn?

De vraag is: waar hebben we bij samenwerking behoefte aan? Aan mensen zoals wijzelf of mensen die ons kunnen aanvullen? Ik denk het laatste. Extraverte doeners die luisteren naar introverte denkers. En andersom, uiteraard. Dát is samenwerken. Er zit bij individuen natuurlijk van alles tussen die twee extremen in, maar het gaat even om de balans in de overlegcultuur.

De smeerolie van het proces dat we zo samen op gang moeten brengen is geduld. Want beide extremen kunnen last hebben van ongeduld, volksziekte nummer één. En van perfectionisme, een goede tweede. Het kan namelijk allemaal niet zo snel en vooral niet in één keer goed.

En nou dus even over die aandachtvreter, dat nare coronavirus. Bij de bestrijding ervan hebben we geduld nodig, met elkaar en met de overheid. Snel ingrijpen combineren met goed nadenken is gewoon hartstikke moeilijk. De communicatie daarover loopt ook al niet helemaal gesmeerd, maar hé, niet alles kan kennelijk in één keer goed.

Volgende keer beter, blijf gezond en laten we elkaar niet opvreten van de zenuwen.

 

 

 

 

Makkelijk scoren

Makkelijk scoren

(afb. Mohamed Hassan via Pixabay)

Dit wordt een zelfevaluatie, ik ben namelijk ook een soort van Ombudsvrouw voor de lezers.

Er zijn nogal wat creatieve zonden, een daarvan is makkelijk scoren. Dat deed ik in mijn vorige column.

Ik meende dat iedereen in mijn bubbel zich wel zó zou ergeren aan die praatjesmakers van Ongehoord.nl, dat alles wat je aan spot over die lui kunt bedenken in goede aarde valt. Als dat resulteert in een slappe column? Jammer, mijn probleem. Maar als ik mensen ermee tekortdoe, vind ik dat vervelend.

Het onzinverband tussen boze mannen en kaalheid viel niet helemaal goed en -zoals een lezer zei- was framend, generaliserend en niet leuk voor aardige mannen die toevallig kaal zijn. Betreffende lezer is overigens zelf geen kale man.

Generaliseren en framen is inderdaad fout, maar mag het wel als grap? Ik dacht eerst van wel, omdat iedereen in de column zou lezen dat kort, lang of geen haar er natuurlijk helemaal niet toe deed. De humor, dacht ik, zat hem juist in dat bizarre: mijn ‘theorie’ klopte niet.

Het stond niet in de column, maar nog zo’n ‘theorie’: pro-piet-activisten dragen allemaal spijkerbroeken en korte zwartlederen jasjes. Niet dus. Maar echt: ik had ooit zó’n afkeer van de agressie van een paar van die lui, dat ik ‘nooit meer!’ een spijkerbroek met een kort donker jasje wilde dragen. Wat jammer zou zijn, want ik had net zo’n leuk jasje van een van mijn dochters gekregen.

Een onzinnige associatie dus, waarom je -ik althans om mijzelf- kan lachen. Maar als zo’n onzinnige associatie ten koste gaat van aardige mannen die toevallig onomkeerbaar kaal zijn -en die wel eens vaker geassocieerd worden met agressie terwijl ze helemaal niet agressief zijn- dan is dat helemaal niet om te lachen.

‘Sorry, het was grappig bedoeld’ is dan geen goede reactie, ontdekte ik ook. Ik moest denken aan het zwartepietendebat, waarin ik wél meteen zie waar de schoen wringt. Daar worden -kort gezegd- twee argumenten tegenover elkaar gebruikt: ‘black face is voor mij als zwarte niet leuk, want ik ben geen olijke bediende die krompraat en kunstjes doet om iedereen aan het lachen te maken’ tegen ‘zo is het ook niet bedoeld, maar ik moet onherkenbaar zijn en dat zwart komt trouwens van de schoorsteen’. Het laatste argument is ontwijkend maar bovenal een niet erkennen van iemands gekrenktheid.

Geen erkenning geven en makkelijk scoren dragen bij aan verdere polarisatie en dat wil ik niet.

Nou ja, kijk eens aan! Daar is mijn goede voornemen voor 2020.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Voetbalvrouwen 2.0

Voetbalvrouwen 2.0

illustratie pixabay

‘Show, don’t tell’ is een bekende schrijfregel. Dus dan zou ik hier nou van alles moeten schrijven, waaruit U dan gaat opmaken ‘goh, zou ze een vrouwenvoetbalfan zijn?’

Nou, dat kan dan korter: ja, ze is.

Ik vind voetbal sowieso wel leuk, maar ik had nooit geduld.

Al die kwalificatiewedstrijden en voorrondes bezorgden mij een plaatsvervangende moedeloosheid (‘we moeten nog zo veel’), die de spelers nota bene zelf niet eens hebben.

 

Maar er is bij mij in de afgelopen twee jaar iets veranderd: voor vrouwenvoetbal heb ik wél geduld. En ik kan ook tegen hun verlies. Makkelijk praten natuurlijk, dat laatste, want deze Oranjeleeuwinnen verliezen niets, ze hebben twaalf interlands achter elkaar gewonnen. Maar ik denk dus dat ik ze ook bij verlies trouw zal blijven volgen.

Dat blijf ik nu per slot van rekening ook doen bij belabberde voetbalmomenten en verre van goede wedstrijden. Er zijn daar voldoende van om dat te kunnen bewijzen.

 

Ik ben dan wel Oranjefan, maar ik word net zo enthousiast van het voetbal van Japan, de VS, Engeland en van de keeper van Chili, die gewoon een wonder van alertheid is.

 

Het zit hem hierin: het rolmodel.

Dan denken we natuurlijk aan hoe een succesvol Oranje een voorbeeld is voor karnemelk drinkende meisjes die boterhammen met pindakaas eten en door weer en wind naar de training fietsen waar ze in de slagregen een stevig balletje trappen tussen grote jongens die verbijsterd kijken hoe zo’n dribbelende kleine opdonder de bal gewoon afpakt en niet gaat huilen als ze een schop of een duw krijgt.

 

Nou, denk voortaan ook maar aan mij: ik ga niet op voetballen, maar Oranje is voor een vrouw op leeftijd óók inspirerend. Om daar elf leuke gedreven stoere wijven het snot voor de ogen te zien voetballen geeft mij een verademend vrouwbeeld.

Niks ten nadele van de originele ‘Voetbalvrouwen’ hoor, maar zelf voetballende vrouwen vind ik veel leuker dan die fraai verzorgde trofeeën van voetballende mannen. (Zouden de mannelijke partners van de Oranjeleeuwinnen Voetbalmannen heten? En de vrouwelijke partners dan weer Voetbalvrouwen?)

 

Vergelijkingen maken met mannenvoetbal -ik deed het nou zelf ook even – is aan de orde van de dag. Vrouwenvoetbal is voor sommigen niet om aan te zien: te langzaam, te rommelig, te weinig techniek. Dat zal allemaal best, maar het leuke is dat je dat ook gewoon kan zeggen, zonder dat er op lange tenen wordt gestaan. Ze zeggen het zelf al, als het niet goed gaat.  ‘Sorry dat de eerste helft er niet zo goed uitzag, maar nu hadden we nog wel energie voor de tweede. En we hebben gewonnen’, was het nuchtere commentaar van eentje.

 

Wat ook leuk is dat bij dit elftal coach én spelers gelijkwaardig met de pers praten, waarbij het geloofwaardig overkomt als ze er de nadruk op leggen dat het een teamprestatie is, ondanks hun individuele succes.

Gezonde ego’s in een gezond team, met een gezonde coach die in een blessurepauze vlak voor het eind van de verlenging gewoon gaat plassen omdat ze heel nodig moet na al dat watergedrink in die bloedhitte.

 

Is dat bij mannenvoetbal zo anders dan? Ze kunnen langer hun plas ophouden, dat wel. Ik weet het verder niet, maar waarom valt voetbalplezier m/v me dan nu pas op? Alleen omdat daar mensen met een vergelijkbaar lijf als het mijne lopen?

 

Ik ben niet van het omgekeerde minderwaardigheidscomplex: ‘vrouwen zijn beter’.

Vrouwenvoetbal is nu nog gewoon anders. Het moet nog wat meer in de genen komen door een serieuze competitie (zoals in Engeland, Frankrijk en de VS) en ik verwacht dat ze beter gaan voetballen en de achterstand op mannen zullen inhalen.

Hoe het er in Japan of waar dan ook aan toe gaat, weet ik niet, maar ik hoop dat in ieder geval Oranje zo opgewekt en nuchter zal blijven als nu: ook als ze de finale van het WK niet winnen, hun teamgeest en vechtlust zijn goud waard.

Houwen zo.