Bescheidenheid

Bescheidenheid

Bescheidenheid

Na het schrijven van de titel, bleef de pagina urenlang leeg. Nou is het zo dat ik ook mezelf niet spaar, als ik babbel over menselijk gedrag, maar een blanco blog inleveren vond ik dan wel weer erg bescheiden. Dus aan de slag.

Ik las de wikipagina (waar het eindelijk is doorgedrongen dat ik veertien dagen geleden vaste donateur ben geworden en al veel langer verlost had moeten zijn van die onbescheiden bedel-pop-ups, maar dit terzijde) en daarna een artikel in Psychologie, met verwijzingen naar boeken en bronnen (las ik niet).

Niet dat ik er nou alles van af weet, maar het viel me op dat bescheidenheid als overlevingsstrategie niet werd genoemd. Dus in die leemte ga ik nu even voorzien, want ik heb een echte aanrader ontdekt.

De noodzaak voor de strategie kan ieder zelf wel bedenken, ik neem tenminste aan dat ik niet de enige ben over wie het leven en alle ellende in de wereld ongevraagd heen spoelen.

Nou is het niet zo dat ik hier een pleidooi voor nietsdoen of wegkijken ga houden. Maar ik lijk (en ik zie het bij menig ander ook) een veel te grote invloed te willen hebben op hoe het gaat en dus gaat het dan juist niet.

Nou, komt ie: ik stel mijn doelen wat bescheidener. Die zag de lezer wel aankomen, denk ik. Maar nu het beeld van de eigen capaciteiten, dat wordt wat lastiger bijstellen.

Vanwege een nijpend gebrek aan simpelheid van het leven en dat van mij in het bijzonder, praat ik regelmatig met een lieve psycholoog. Zo maakte ik kennis met het begrip post-traumatische groei, toen ik vertelde hoe het leren omgaan met ziekte mij ook hielp om te dealen met andere zaken, zoals de wereld, ik noem maar wat.

Groei is leuker dan een stressstoornis, dus die houden we erin.

Nou ga ik hier natuurlijk niemand aanraden om een kloteziekte te krijgen, maar menig lezer wordt een dagje ouder en dan kom je al een heel eind met onomkeerbaarheid en beperkingen, toch?

En elke lezer heeft een paar scholen meegemaakt, wat ook geen kattenpis is tussen al die ambities, pretenties en (in)competenties.

Daarom, in alle bescheidenheid: ken je zelf, doe wat je kan, dat is dus niet zo veel, hooguit af en toe een tandje bijzetten. En wees daar vooral tevreden mee. Je staat er namelijk niet alleen voor.

 

 

 

 

 

Afbeelding van Erika Varga via Pixabay

 

 

Verwachtingen

Verwachtingen

Verwachtingen

Vlak voor het feest van het licht, waren wij aan de beurt, Lief L. en ik. In die volgorde, twee dagen ertussen. Vijf maal in de rij voor een vaccin kon niet voorkomen dat een zeker virus zich comfortabel nestelde in ons systeem. We wisten natuurlijk wel dat dat kon. ‘Niet de vraag óf, maar wanneer’ had onze huisarts nog gezegd. Ik ben dan zo eigenwijs te denken dat ik de uitzondering ga zijn.

Twee rode streepjes dus.

Eigenlijk was ik daar ook wel weer een beetje trots op: nou hoorde ik er helemaal bij. En je krijgt dankzij zoveel prikken de thuisversie, toch? Paar dagen snotteren, of zelfs helemaal niks merken. Toch?

Oké, de thuisversie was het, we hoefden niet aan de zuurstof. Maar ik vond het niet smaken naar Corona light. We werden best wel ziek. En chagrijnig. Zoals je de pest in hebt als een aankoop tegenvalt: dát hadden we toch niet besteld?

Bovendien bleek ik een tweede verwachting te hebben: ik zou sneller herstellen dan mijn lief.

Was ik wel even vergeten dat hoesten mijn specialiteit is, en dus de achilleshiel. Feitelijk hoest ik vanuit de tenen, maar oké, zo is nou eenmaal die zegswijze.

Een korte verhandeling over hoesten: het is eenrichtingsverkeer, je kunt alleen uitademen.

Een wat langere verhandeling: in het normale hoestleven kun je de toestand onder controle houden door ontspanning en daardoor verbreding zodat er weer twee ademrichtingen benut kunnen worden. Essentieel voor het vervolg van je leven, toch? Zo niet bij corona.

Dus nu een verhandeling over corona. In het dna verankerd  zit een in-en-in slecht karakter: de droge keelkriebel. Die het hele luchtwegensysteem tot in de diepste diepte activeert tot het nat is.  En blijft. Overdag nog te doen, voor ervaren hoesters. Maar ’s nachts niet. En eigenlijk valt het overdag ook niet mee.

Enfin, we zijn inmiddels bijna vier weken verder. Besmettelijk zijn we niet meer, maar iedereen deinst nog achteruit, vooral bij mij.

Verwachtingen durf ik niet meer te hebben, maar het zal in 2023 wel overgaan.

Verwacht ik.

Toch?