Het verschil

Het verschil

Het verschil

‘Waarom zeg je niet gewoon wat je bedoelt’, zei iemand een paar jaar geleden over mijn niet altijd geslaagde metaforen. Tegen iemand als ik, die nogal eens wordt afgeleid door interne prikkels (hoofd = druk kruispunt)  en externe prikkels (hoofd =  heel druk kruispunt) is dat een zinvolle uitdaging, zie vorige blog.

Gaat ie. Oké, we moeten allemaal hard werken om ergens te komen in het leven, maar sommigen staan gelijk met 10-0 achter (weer een metafoor ja, maar niet van mij, daarover later). En dan heb ik het niet over een leuke carrière die ze dan zouden mislopen, nee, het gaat om puur overleven. Nu mijn punt: ik wist wel dat sommige mensen een moeilijk leven hebben maar ik wist niet dat het zo erg was en ik maak me kwaad over dat ik dat normaal ben gaan vinden zonder me in te spannen er iets aan te doen en dat ik me wél inspan om smoezen te verzinnen (eigen verantwoordelijkheid, verkeerde keuzes, fouten in het systeem etc.). Het zou een troost kunnen zijn dat ik niet de enige ben die dit laatste doet, maar daar word ik juist helemaal kwaad over, want een betere garantie voor dat alles zo blijft, is er bijna niet.

Van rechtse partijen verwacht ik geen mededogen en oog voor de menselijke maat der dingen. Maar wie ook niet echt meehelpen zijn linkse politieke partijen en hun principiële achterbannen, op zoek naar hun linkse zelf. Ik ga er even vanuit dat die lui het hart op de goede plek hebben, maar willen ze het koppie er ook even bij houden? Los van dat je in de politiek volgens mij altijd moet samenwerken, duikt -na een voorstel tot linkse samenwerking- steeds weer het woord fusie op. En o jeetje nee zeg, daar moeten we eerst diepgaand over praten. Ja, over fusie misschien, maar hallo, over samenwerking? Stop om te beginnen met elkaar tegenwerken en richt je aandacht op de mensen die dat nodig hebben.

*Tim ’s Jongers  -van hem is dus die 10-0 achterstandsmetafoor- weet uit ervaring wat een moeilijk leven is en verzamelde voor zijn werk bij de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving ook *de verhalen van anderen die zomaar in  ons gave landje vermorzeld (dreigen te) raken. En nee, dat is niet hun eigen schuld omdat ze domme dingen doen en domme foutjes maken. Met diezelfde domme dingen komen alcohol- of cokeverslaafde mensen met obesitas maar een verder geslaagd leven zonder probleem weg. Die hebben bovendien een slimme accountant die precies weet welke domme foutjes voor de belasting geoorloofd zijn. Nou, die meedogenloze onrechtvaardigheid wil ik niet langer normaal vinden.

Wat me in de verhalen opvalt is de af en toe beslissende rol van gewoon iemand uit de omgeving: een aardige docent, een aardige maatschappelijk werker, een aardige buur, een aardige huisbaas, een aardige bewindvoerder. Aardig ja. Dus iemand die met begrip en zonder morele veroordeling iemand anders tussen de regeltjes door een eindje op weg helpt.

Laten wij maar proberen die aardige mensen te zijn die het verschil maken.Want ik ben bang dat linkse politieke partijen daar even geen tijd voor hebben met hun principes. Iemand moet het doen, toch?

Naschrift: de samenwerking tussen PvdA en GroenLinks is er door. Een aardig begin van een betere koers. De behoefte aan aardige mensen voor mensen op achterstand blijft, wat mij betreft, zo snel verander je de samenleving niet.

 

 

 

 

De top

De top

De top

Sommige mensen wonen hoog in de bergen. Ik weet niks over hun bewustzijn, maar vraag me af of ze met dat uitzicht denken alles te kunnen zien. Of in ieder geval denken het overzicht te hebben. Of gewoon blij zijn met de afstand tot dat gedoe beneden.

Zelf heb ik een paar keer op het dak van de wereld gezeten, als gast dan. In de tijd dat mijn buik, oren, hart, longen en vooral benen zich proberen te verzoenen met de situatie (‘dit is niet normaal maar wordt dat straks wel’, zegt mijn brein dat gewend is om om te gaan met mijn panikerende lichaamsdelen) in die tijd dus… nou daar weet ik niet veel van, eigenlijk. Volgens mij ga ik dan maar naar de wc, (‘kijk, ze hebben hier ook gewoon wc’s, zie je wel?’, kletst mijn brein geruststellend verder).

Daarna moet Levensgezel L per se nog hoger. Samen met nog zo’n dertig lui die zo zijn, beklimt hij een duidelijk onbegaanbare hoop rotsblokken, omhoog naar een kruis. En ik wacht op een stoel (‘kijk, ze hebben hier ook gewoon stoelen’, neuzelt mijn brein). Vanaf die stoel plak ik met mijn ogen mijn man vast aan de berg. Uitsluitend door deze magische kracht komt hij weer veilig bij mij terug.

Daarna gaan we samen op pad. Langs een pad waar je alleen maar af kan vallen als je je uiterste best doet en een flinke aanloop neemt en heel ver kan springen. Maar dat snapt alleen mijn brein maar dat zwijgt nu het ziet dat het wel weer zo’n beetje gaat. Want als ik een plekje heb gevonden om te zitten dat voldoet aan mijn veiligheidsnorm (onevenredig veel zuigkracht van de bodem) ga ik daar zitten ( met onevenredig veel zwaartekracht van mijn lijf).

En dan gebeurt het: ik kijk en er is alleen maar de oeroude wereld en daar word ik heel rustig van. Deemoedig en supermachtig tegelijk. En dan gaan we naar het restaurant. ‘Kijk, ze hebben hier ook gewoon patat…’, o nee, het hoeft niet meer: alles doet het weer.

Dit moest eigenlijk een sociaal bewogen stukje worden. Over mensen aan de top van de samenleving, niet de gasten, maar de gevestigden, soms generaties lang. Ik wilde mijn vermoeden uitspreken dat als je in die kringen verkeert, je niet zo goed ziet als je denkt dat je ziet. Ik ben helaas in de metafoor blijven steken. Of misschien deugde die sowieso niet. Maar ik weet nu wel hoe het voelt om je supermachtig te voelen: lekker.

Maar het moet niet te lang duren.