Hittebestendigheid

Hittebestendigheid

Hittebestendigheid

Na De kleine wereld wil ik jullie toch nóg een keer lastigvallen met mijn bevindingen op publieke media. Dit omdat ik denk dat de opiniemakers van ‘gewone’ media en ook de samenleving er niet gunstig door beïnvloed worden. Ook als je je -heel verstandig- verre houdt van publieke media, moet je dit dus weten, vind ik.

Beetje koppig van me is daar rond blijven lopen natuurlijk wel, maar ik denk maar zo: de openbare ruimte is van ons allemaal, dus wil ik me daar handhaven. En misschien van binnenuit een positieve bijdrage leveren.

Ai, deze uitspraak komt me bekend voor: Donald Pols toen hij naar Tata Steel overstapte. Hij kreeg met zijn goede bedoeling alleen de kans niet omdat Tata Steel een te hete bitterbal zo snel mogelijk weer uitspoog. Daarover later.

Ik heb op mijn publieke medium alle kansen. Maar dan moet ik er wel tegen kunnen, hè?

‘Als je niet tegen de hitte kunt, moet je uit de keuken blijven’.

Het is een uitspraak van president Harry S. Truman. De man was niet zo’n beschamende misdadige prutser als de huidige, maar wel iemand die geen blad voor de mond nam en veel van zijn medewerkers vroeg. Zoiets als heden ten dage sommige uitgevers, producers, regisseurs, programmamakers, politici en andere leidinggevenden m/v. Die, zeg ik dan maar, zélf de hitte (lees stress) niet zo goed aan kunnen en dus tirannetje gaan lopen spelen. En als je daar dan niet tegen kan, moet je maar ophoepelen.

Ik twijfel dus of ik er gewoon maar aan moet wennen of dat ik uit de keuken moet stappen. Misschien ben ik op mijn vijfenzeventigste wel ‘uit de tijd gevallen’ en niet geschikt meer voor publieke media: het snelle oordelen daar staat mij tegen. Er is namelijk geen bedachtzaam vervolg op de impulsieve reacties, want dan dient de volgende rel zich al aan.

En dan zit ik nog maar op één medium, hè: Bluesky. Menig opiniemaker moet ook nog X, Mastodon, Facebook, Reddit, LinkedIn, Instagram etc. bijhouden, ‘voor het werk’. En daarna nog bedachtzaam schrijven voor de gewone krant, ziet U het voor U?

Die opgefokte sfeer heeft dus al met al invloed op de echte wereld, waarin bijvoorbeeld Tata Steel na één dag een beslissing nam: weg met die vent.

Pols, vijfendertig jaar geleden een onrijpe snotneus met nog aan alle kanten een plaat voor zijn Afrikanerkop, was gedurende twee jaar voorzitter van een activistisch extreemrechts clubje studenten met nazisymbolen. Niet mis, ja. Maar -door verandering van omgeving, namelijk naar de grote stad in Nederland- ging hij daarna juist het tegenovergestelde doen. En dat bleef zo. De schaamte over zijn jeugdzonde bleef ook en groeide met de jaren uit tot een groot geheim, waarvan ik me toch afvraag hoe relevant het nou op dit moment is. Ja, extreemrechts komt op. We weten niet zo goed wat we daaraan moeten doen, maar helpt het dan als je heel streng wordt voor mensen die – na hun jeugdzonde -hun sporen juist blijvend aan een nuttige kant hebben verdiend? Ja, ‘hij had het beter niet geheim kunnen houden’. Tja. Hebben we het nu over twee jaar extreemrechts van lang geleden of over gestolde geheimen? Ik krijg de indruk dat die twee argumenten om de beurt gebruikt worden: als het ene niet voldoet kom je met het andere. Bovendien werd er aan het geheim meegewerkt door Milieudefensie, Pols’ laatste werkgever.

Er vallen ook daar koppen en ik denk dat ook daar de (angst voor) publieke media een rol spelen.

Nou, aan die oordelende angstcultuur probeer ik dan toch maar -met een paar anderen- iets te doen. Over brisante onderwerpen post ik nu stukken van schrijvers die wél bedachtzaam zijn. En dit blog.

En ik oefen zelf vooral bedachtzaamheid in mijn reacties. Vanuit de bijkeuken, zeg maar. Iets koeler en ook beter voor mijn bloeddruk.

 

Afbeelding van Pixelkult via Pixabay

Verzetje

Verzetje

Verzetje

Wegens omstandigheden in het eigen leven en de wereld zochten we een verzetje. De keuze viel op Rijksmuseum Boerhaave. Hier kun je ontdekken wat wetenschap doet.

En voor zoekers in het leven zoals wij kwam het onderwerp van de tentoonstelling ook goed uit: waarheid. Nou, eigenlijk ‘Waarheid?’, bovendien met de ondertitel ‘Kunst van de twijfel’. Maar ons bood het toch enig houvast en dat is mooi meegenomen.

Onze oudste kleinzoon -die nu heel groot is- ging ook mee. De laatste keer dat hij in dit museum was, werd -met gezichtsbedrog- zijn hand afgezaagd maar daaraan heeft alleen oma een licht trauma over gehouden.

Momenteel is het museum mensvriendelijker. We stonden even op elkaar te wachten en een suppoost had mijn stok al gesignaleerd. Toen we gedrieën op weg naar de waarheid-met-vraagteken-en-de-kunst-van-twijfel gingen, gaf ze mij een klein opvouwbaar klapstoeltje mee. Ik ben een uitzondering, daar wen ik aan. Ik waardeer dat mensen erop ingesteld zijn.

Maar echt gelukkig werd ik aan het slot van een toiletbezoek. U moet weten dat ik in deze gemoderniseerde tijd openbaar je handen wassen een uitdaging vind met al die verstopte sensoren voor de noodzakelijke handelingen. De volgorde is water, zeep, water en drogen, daarover zijn we het allemaal wel eens dacht ik. Je kunt ook met de zeep beginnen, maar dat kan het probleem groter maken: in de zoektocht naar water gaat telkens de droger luidruchtig voor zijn beurt en daarmee krijg je wel water en niet zeep van je handen.

Als het allemaal toch gelukt is, soms met hulp van een aardige medebezoeker die de juiste slag wel te pakken heeft en al lang weer weg is, komt mijn grootste uitdaging: de uitgang. Ik twijfel altijd tussen al die witte deuren en doe er lukraak maar eentje open. Hallo toilethokje! Ik weet het, ik weet het, kijk op tijd naar het ontbreken van een bezet/niet bezet dingetje onder de deurknop. Doe ik.  Hallo bezemkast!

Het voelt eenzaam.

Maar hier in dit museum werd alles anders. Ze hadden namelijk op één witte deur in zwarte letters Uitgang geplakt. Dit was duidelijk niet alleen voor mij, zoals het klapstoeltje! Ik voelde me opeens best wel normaal. Ik behoor tot een groep, deze letters Uitgang waren in al hun eenvoud een erkenning van een bepaalde vorm van menszijn.

Dankbaar vervolgde ik de museumtocht naar de-waarheid -met vraagteken-en-de-kunst-van-de-twijfel.

Ik twijfel, dus ik besta.

 

 

 

Afbeelding van LoggaWiggler via Pixabay

Luisterangst 2016-2026

Ongeveer 10 jaar geleden schreef ik onderstaande column. Nog steeds verrassend actueel, zou hem zó weer schrijven. Lees ook vooral de hyperlinks.

Luisterangst

Een paar jaar geleden kwam één van mijn bekenden tijdens de borrel met een lullige opmerking over Marokkanen. Ik voelde mij erg ongemakkelijk.

‘Oh! Discriminatie! Gevaarlijk! De kop indrukken! Nu!’

Gevalletje spreekdrang van mijn kant.

Maar ik wist eigenlijk niet wat ik moest zeggen, tegen een bekende die recht tegenover me zat en eigenlijk best wel een aardige vent was. Ik mompelde wat van ‘nou…’

Daarna kwam ook nog zijn aardige vrouw -die het probeerde glad te strijken- met ‘joh, het zijn toch óók mensen’.

Voor mijn gemoedsrust legde ik haar woorden maar uit als ‘joh, niet generaliseren, ze zijn niet allemaal zo.’ En daar lieten we het dan maar bij.

Vanachter je computer verontwaardigd over onbekende anderen oordelen -‘discriminatie!’, ‘seksisme!’, ‘vooroordelen!’, ‘racisme!’ en het momenteel ook erg populaire ‘dom!’- is niet zo ingewikkeld.

Maar in het echt met elkaar samenleven en een gesprek voeren met bekenden die een jou onwelgevallige mening erop na lijken te houden vind ik in de praktijk wel lastig.

Nou ben ik van het type dat ook nog eens graag vriendjes blijft met iedereen. Ik voel me prima bij duidelijkheid, maar niet bij polarisatie.

Dat heeft iets slaps (‘pleaser’), een voordeel is wel dat je geduldig naar overeenkomsten met anderen blijft zoeken.

En dan vind ik bijvoorbeeld: angst.

‘De rechtse boze medemens is eigenlijk bang’, hoor je wel eens van links.

En daar een beetje meewarig achteraan ‘bang dat zijn veilige overzichtelijke  wereldje instort’.

Maar kijk nou eens naar de linkse Gutmenschen -waar ik mezelf toe reken.

Die zijn toch óók bang dat hun veilige overzichtelijke wereldje instort? Dat het ze uit de klauwen loopt, dat bijvoorbeeld racisme de boventoon gaat voeren?

Ikzelf ben het allerbangst dat we elkaar kwijtraken en dat een volksmenner met een grote bek en slechte plannen er met de macht vandoor gaat.

Van polarisatie kun je iedereen de schuld geven, maar je l a t e n polariseren

doe je toch echt zelf.

Dus ik stel voor om dat niet meer te laten gebeuren.

Wij burgers gaan maar weer eens naar mekaar luisteren, on-line en off-line.

En dan zoveel mogelijk dat laatste, in het echt, hè: in onze huiskamers, buurthuizen en op georganiseerde burgerfora.

“Vertel”. En dan echt luisteren en oprechte vragen stellen.

Voor de duidelijkheid: echt luisteren is niet hetzelfde als op je beurt wachten en dan retorische vragen stellen als “Zie jij nou écht niet dat je een niet-empathische racist bent?” en “Zie jij nou écht niet dat je een politiek-correcte wegkijker bent?”

Linkse en rechtse stokpaardjes staan meestal te trappelen van ongeduld om de ander te vertellen hoe fout diens standpunten zijn.

Maar onlangs heb ik de ontdekking gedaan dat stilte in een gesprek niet zo eng is.

Ik ben niet meer zo bang dat de ander dan zou kunnen denken dat je hem door jouw zwijgen gelijk geeft.

‘Wie zwijgt stemt toe’? Dacht het niet.

‘Wie zwijgt die luistert’. Als het goed is.

‘Wie zwijgt denkt na’. Als het goed is.

Ik heb goede hoop dat wie zijn verhaal kan doen en wie zich gehoord weet, óók meer bereid is tot luisteren en nadenken als de ander zijn verhaal doet.

En dan blijken we uiteindelijk misschien wel minder uit elkaar gedreven te zijn dan we dachten.

Een mooie handreiking om weer met elkaar in gesprek te komen vond ik deze open brief van hoofdredacteur Rob Wijnberg van De Correspondent. Lees vooral ook deze antwoorden van PVV-stemmers en anderen.

Wij kunnen het maar beter weer eens gewoon gaan proberen met elkaar.

Zonder luisterangst.

 

De kleine wereld

De kleine wereld.

Dat sociale media niet altijd sociaal uitpakken is bekend. Die letterlijke vertaling uit het Engels is ook discutabel. Had beter openbare of publieke media kunnen zijn. Maar hoe dan ook: sociaal is anders.

Sommige mensen zijn niet aardig voor elkaar, ook daar niet. Ik wil graag een kwaad woord (veel kwade woorden) horen over rechtse reaguurders op X, maar linkse op Bluesky kunnen er ook wat van. Rood-groen leidt bij sommigen niet zelden tot zwart-wit, zal ik maar zeggen. Ze komen van X, of zitten er nog op en nemen de daar ontwikkelde vechthouding mee. Ik zet ze voortaan maar op negeren.

De mogelijkheden op beide media zijn voor een gesprek beperkt: korte berichten, die je eventueel aan elkaar kunt koppelen. En waar misbruik van gemaakt kan worden, zoals mij overkwam: een enerzijds/anderzijds redenering verdeelde ik over twee berichten en alleen de ene werd herplaatst door een paar van de moreel puristen die mij dachten op mijn eigen woorden te kunnen vangen. Gesteund door activistisch klapvee werd ik zo in de richting van ‘het goedkeuren van normalisatie van fascisme’ geduwd. Dat vond ik niet leuk, temeer daar mensen het deden door voortdurend verkeerd te citeren uit artikelen en uitspraken zó gekleurd ‘samen te vatten’ dat het in hun activistenvechtstraatje paste. Het waren waardeloze gesprekken.

Waarom dan toch blijven? Ten eerste werkt het verslavend. Ten tweede is het een handig medium om acties en petities voor goede doelen te promoten. Ten derde kan ik zo de aandacht op mijn blog vestigen. Ten vierde blijf ik goed op de hoogte van artikelen en publicaties. (Waar je hardop wat van kan vinden, maar dat is niet altijd gezond, zie Ten eerste.) De ten vijfde is erg belangrijk voor me: sommige mensen zijn namelijk wél aardig, sommigen hebben een zwaar leven als mantelzorger, patiënt of zijn anderszins indringend met pech in het leven geconfronteerd. Ik wil ze blijven steunen en aanmoedigen in onze gezamenlijke kleine wereld. En ten zesde: sommige accounts verspreiden kunst. Een verademing, een rustpunt, een lust voor het oog.

Over ondersteunen gesproken: je kunt ook de minder bekende freelancejournalisten die er rondlopen financieel steunen. Zij reageren trouwens aardiger dan de bekende krantenjongens en -meisjes.

Dus ja, ik blijf. En leer op mijn oude dag selecteren, loslaten en kijken naar wat wél goed gaat in de kleine wereld van mij en anderen. Dat is hoopgevend en troostrijk. En dat maakt zeven.

 

 

 

Afbeelding van M MIR via Pixabay