Het verschil

Het verschil

Het verschil

‘Waarom zeg je niet gewoon wat je bedoelt’, zei iemand een paar jaar geleden over mijn niet altijd geslaagde metaforen. Tegen iemand als ik, die nogal eens wordt afgeleid door interne prikkels (hoofd = druk kruispunt)  en externe prikkels (hoofd =  heel druk kruispunt) is dat een zinvolle uitdaging, zie vorige blog.

Gaat ie. Oké, we moeten allemaal hard werken om ergens te komen in het leven, maar sommigen staan gelijk met 10-0 achter (weer een metafoor ja, maar niet van mij, daarover later). En dan heb ik het niet over een leuke carrière die ze dan zouden mislopen, nee, het gaat om puur overleven. Nu mijn punt: ik wist wel dat sommige mensen een moeilijk leven hebben maar ik wist niet dat het zo erg was en ik maak me kwaad over dat ik dat normaal ben gaan vinden zonder me in te spannen er iets aan te doen en dat ik me wél inspan om smoezen te verzinnen (eigen verantwoordelijkheid, verkeerde keuzes, fouten in het systeem etc.). Het zou een troost kunnen zijn dat ik niet de enige ben die dit laatste doet, maar daar word ik juist helemaal kwaad over, want een betere garantie voor dat alles zo blijft, is er bijna niet.

Van rechtse partijen verwacht ik geen mededogen en oog voor de menselijke maat der dingen. Maar wie ook niet echt meehelpen zijn linkse politieke partijen en hun principiële achterbannen, op zoek naar hun linkse zelf. Ik ga er even vanuit dat die lui het hart op de goede plek hebben, maar willen ze het koppie er ook even bij houden? Los van dat je in de politiek volgens mij altijd moet samenwerken, duikt -na een voorstel tot linkse samenwerking- steeds weer het woord fusie op. En o jeetje nee zeg, daar moeten we eerst diepgaand over praten. Ja, over fusie misschien, maar hallo, over samenwerking? Stop om te beginnen met elkaar tegenwerken en richt je aandacht op de mensen die dat nodig hebben.

*Tim ’s Jongers  -van hem is dus die 10-0 achterstandsmetafoor- weet uit ervaring wat een moeilijk leven is en verzamelde voor zijn werk bij de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving ook *de verhalen van anderen die zomaar in  ons gave landje vermorzeld (dreigen te) raken. En nee, dat is niet hun eigen schuld omdat ze domme dingen doen en domme foutjes maken. Met diezelfde domme dingen komen alcohol- of cokeverslaafde mensen met obesitas maar een verder geslaagd leven zonder probleem weg. Die hebben bovendien een slimme accountant die precies weet welke domme foutjes voor de belasting geoorloofd zijn. Nou, die meedogenloze onrechtvaardigheid wil ik niet langer normaal vinden.

Wat me in de verhalen opvalt is de af en toe beslissende rol van gewoon iemand uit de omgeving: een aardige docent, een aardige maatschappelijk werker, een aardige buur, een aardige huisbaas, een aardige bewindvoerder. Aardig ja. Dus iemand die met begrip en zonder morele veroordeling iemand anders tussen de regeltjes door een eindje op weg helpt.

Laten wij maar proberen die aardige mensen te zijn die het verschil maken.Want ik ben bang dat linkse politieke partijen daar even geen tijd voor hebben met hun principes. Iemand moet het doen, toch?

Naschrift: de samenwerking tussen PvdA en GroenLinks is er door. Een aardig begin van een betere koers. De behoefte aan aardige mensen voor mensen op achterstand blijft, wat mij betreft, zo snel verander je de samenleving niet.

 

 

 

 

De top

De top

De top

Sommige mensen wonen hoog in de bergen. Ik weet niks over hun bewustzijn, maar vraag me af of ze met dat uitzicht denken alles te kunnen zien. Of in ieder geval denken het overzicht te hebben. Of gewoon blij zijn met de afstand tot dat gedoe beneden.

Zelf heb ik een paar keer op het dak van de wereld gezeten, als gast dan. In de tijd dat mijn buik, oren, hart, longen en vooral benen zich proberen te verzoenen met de situatie (‘dit is niet normaal maar wordt dat straks wel’, zegt mijn brein dat gewend is om om te gaan met mijn panikerende lichaamsdelen) in die tijd dus… nou daar weet ik niet veel van, eigenlijk. Volgens mij ga ik dan maar naar de wc, (‘kijk, ze hebben hier ook gewoon wc’s, zie je wel?’, kletst mijn brein geruststellend verder).

Daarna moet Levensgezel L per se nog hoger. Samen met nog zo’n dertig lui die zo zijn, beklimt hij een duidelijk onbegaanbare hoop rotsblokken, omhoog naar een kruis. En ik wacht op een stoel (‘kijk, ze hebben hier ook gewoon stoelen’, neuzelt mijn brein). Vanaf die stoel plak ik met mijn ogen mijn man vast aan de berg. Uitsluitend door deze magische kracht komt hij weer veilig bij mij terug.

Daarna gaan we samen op pad. Langs een pad waar je alleen maar af kan vallen als je je uiterste best doet en een flinke aanloop neemt en heel ver kan springen. Maar dat snapt alleen mijn brein maar dat zwijgt nu het ziet dat het wel weer zo’n beetje gaat. Want als ik een plekje heb gevonden om te zitten dat voldoet aan mijn veiligheidsnorm (onevenredig veel zuigkracht van de bodem) ga ik daar zitten ( met onevenredig veel zwaartekracht van mijn lijf).

En dan gebeurt het: ik kijk en er is alleen maar de oeroude wereld en daar word ik heel rustig van. Deemoedig en supermachtig tegelijk. En dan gaan we naar het restaurant. ‘Kijk, ze hebben hier ook gewoon patat…’, o nee, het hoeft niet meer: alles doet het weer.

Dit moest eigenlijk een sociaal bewogen stukje worden. Over mensen aan de top van de samenleving, niet de gasten, maar de gevestigden, soms generaties lang. Ik wilde mijn vermoeden uitspreken dat als je in die kringen verkeert, je niet zo goed ziet als je denkt dat je ziet. Ik ben helaas in de metafoor blijven steken. Of misschien deugde die sowieso niet. Maar ik weet nu wel hoe het voelt om je supermachtig te voelen: lekker.

Maar het moet niet te lang duren.

Puberteit 2.0

Puberteit 2.0

Puberteit 2.0

Mijn ouders deden voor ons ongetwijfeld hun best, maar slurpten nog al wat emotionele aandacht voor zichzelf op. Daarom heb ik mijn puberteit even moeten uitstellen. En misschien wel nooit ingehaald. Laten we zeggen: ik heb hem toen maar uitgesmeerd over een substantieel deel van de rest van mijn leven.

Op een gegeven moment moet het klaar geweest zijn, denk ik. Want anders zou me nu niet opvallen dat ik in mijn tweede puberteit zit. Hetzelfde gedoe: je lichaam verandert, je wordt opstandig, je zoekt naar wie je eigenlijk bent en je hebt meer behoefte aan slaap. Alleen dat laatste is niet uitslapen, maar -vanuit de nacht gezien- vóórslapen: eerst ‘s middags en vervolgens eerder aan de nacht beginnen in plaats van later aan de dag.

Er is nóg een verschil, waar doorgaans omzichtig over gepraat wordt: het einde van de tweede puberteit. Na de eerste begin je normaal gesproken aan een lang leven, na de tweede moet je statistisch gezien toch met een wat kortere periode rekening houden.

De kwestie uit Puberteit 1.0 ‘wat ga ik later worden’ kan keuzestress opleveren, in Puberteit 2.0 is dat niet zo. Hoewel, het antwoord ‘ik ga later overledene worden en later is nogal dichtbij’ kan natuurlijk behoorlijk stress opleveren. Zelfs keuzestress, bedenk ik nu: a. ik vecht er tegen of b. ik aanvaard het. Ik kies natuurlijk b. Maar mijn puber 2.0-brein doet dat niet. Dat roept telkens met een wanhopig stemmetje ‘ja maar het klópt niet!’

Dat is nou puberen en het kan -in tegenstelling tot de vorige keer- nu wel. Mijn ouders rusten uit, ik gun ze dat van harte. En ik neem de ruimte.

Het geeft mij eigenlijk wel rust om onder ogen te durven zien dat later deze keer zo dichtbij is. Maar nu de rol van vitaal oudje fysiek gezien voor mij persoonlijk bedroevend lastig is, blijf ik wél een onrustige activist in mijn hoofd. Dát puberale hou ik er in, net als de vorige keer trouwens. ‘Wie op zijn twintigste niet links is, heeft geen hart, wie dat later nog is, geen hersens’, is een bekend citaat, van Churchill geloof ik. Grappig, maar met één ding hield de bullebak geen rekening: mijn middelvinger. We krijgen de wereld niet helemaal op orde, maar het kan zoveel beter. Dus als mijn tijd is gekomen, zeg ik alleen voor mijn eigen leven ‘het is goed zo’.

En dan draag ik het rode vaantje over. Mét gebruiksaanwijzing: een puberale middelvinger.

 

 

Vijver

Vijver

Vijver

 

Eten of gegeten worden, zeggen ze. Wat eigenlijk een rare keuze is, als het gaat om twee dieren waarvan maar één doorgaans gegeten wordt door de ander. Kikker wordt gegeten door Reiger. Andersom lijkt me onmogelijk, toch? Kikker heeft geen keuze. Als hij zelf kleine dieren verschalkt, voorkomt hij daarmee niet dat Reiger hem oppeuzelt.

Het parkje aan de rand van ons dorp bevat een aantrekkelijk hondenlosloopgebied. Ik hou van honden, dat weten ze en daarom loop ik er niet omdat ik bang ben dat ik door zo’n enthousiaste losloper ondersteboven word gekegeld. Ik ben nog lenig van geest maar dat is het enige onderdeel met die kwaliteit. Dus ik loop langs het hek, met zicht op alles en dat is ook goed.

Het gebied bevat een fraai vijvertje. Daar was op een goede dag een reiger neergestreken: de honden waren thuis, de baasjes naar het werk of naar school en ik vormde geen bedreiging. De reiger stond fanatiek te eten uit het midden van de vijver. Telkens bukte hij om weer een nieuwe onderwaterplant te pakken. Dacht ik, want ik denk nogal vegetarisch. De reiger niet. De plant die uit zijn snavel hing was het achterlijf van een kikker. Voor de kikker was het daarmee een minder goede dag. Ik liep door, nog even met de gedachte dat ik het misschien niet goed zag, maar een luide kwaak die abrupt werd afgebroken overtuigde me ervan dat ik getuige was geweest van…tja…moord? Tragedie? Drama?

Een paar dagen later liep er een kleine mollige kleuter naar het hek en riep dat zij en haar zusje een kikker in hun netje hadden gevangen. Het beest zat nu in een emmer. De meisjes knikten aarzelend toen ik vroeg of ze hem straks weer los zouden laten. En de langbenige oudste zei heel meelevend nee, toen ik vroeg of ze dachten dat ie het leuk vond in zo’n emmer. Ik liep door en constateerde tevreden dat ik -niet al te streng- toch maar weer even mooi een stukje natuuropvoeding had gegeven. Om bij terugkomst te constateren dat het nog niet helemaal gelukt was. De langbenige beval de kleine mollige om goed op te passen dat de kikker niet ontsnapte. Ik liep maar door en probeerde de kikker via telepathie sterkte te wensen en in te seinen dat deze langbenige niet zijn grootste probleem was.

 

Afbeelding van OpenClipart-Vectors via Pixabay

 

Delen

Delen

Delen

In de Duitse streek waar we waren, werd carnaval gevierd. De optocht van dorp naar dorp bestond uit één muziekwagen vanaf welke snoep zou worden uitgedeeld, zo hoorden we. Net toen we onze laatste avond vierden met een etentje in het restaurant van ons dorp, kwam de wagen langs.

Omdat ik het heerlijke moment niet wilde verpesten met een zuinig gezicht en domme opmerkingen als ‘niet te veel hoor’, ging ik maar niet met de kleindochters mee naar buiten. Binnen vijf minuten maakten de zusjes hun rentree. Voorzichtig liepen ze door de grote zaal, hun armen vol schatten. Ze hadden zoveel gekregen als ze konden dragen. En dat is heel veel, de behendigheid van jonge kinderen als het gaat om dit belangrijke onderwerp moeten wij vooral niet onderschatten. De oudste (9) keek blij, maar met de wereldwijsheid die past bij een kind van haar leeftijd: ‘Leuk, maar ik voorzie straks enige corrigerende maatregelen’. De jongste (5) is nog op de leeftijd dat wonderen gewoon wonderen zijn. De intense blijheid van hart en ziel gaat ongefilterd naar haar gezicht en doet de wereld stralen. Zo is zij de ander tot vreugd, ook als het wonder in de ogen van die ander niet per se gezond is.

Thuis deelden we omstandig de vreugde, onder het mompelen van  woorden als uitdelen, tanden poetsen en water drinken na het snoepen en zo. Net toen de pyjama’s aan waren en de tanden gepoetst, hoorden we de muziekwagen weer, steeds dichterbij, het weggetje naar ons afgelegen huisje op.

Ongeloof op het kindergezicht: voor de tweede maal zou zich, rechtstreeks uit de hemel, de pot met goud over deze aarde uitstorten en ook deze tweede keer uitgerekend op de plaats waar zij zich met haar zus bevond.

Gelaten lieten wij volwassenen dit allemaal over ons heen gaan.  Wij waren er toch maar mooi in geslaagd onze zurige zorgen voor haar verborgen te houden. Want later, bij het naar bed gaan, hoorde ik haar op de trap zeggen, het grote geluk met haar moeder delend:

‘Mama, ben jij ook zo blij? Dat jouw kindjes zoveel snoep hebben gehad?’

 

 

Hoop

Hoop

Hoop

“Amnesty? Wat is dat dan?”

Toen de deur openging, had ik mijn collectebus laten zien en gezegd dat ik voor Amnesty collecteerde. Dat bleek het simpelste deel van mijn taak. Nu nog even in één zin uitleggen wat Amnesty doet in deze complexe wereld. “Amnesty strijdt voor mensenrechten, ook voor gevangenen die…”. Hij trok zijn portemonnee al, ik hoefde niet verder te worstelen met de materie van recht, onrecht en het vrije woord. “Ze zullen wel wat gedaan hebben, zitten er niet voor niks, maar ze moeten wel goed behandeld worden”, vatte hij de stof bondig samen. Tja. Er viel nog wel wat uit te leggen, maar de eerste stap naar bekendheid met het werk van Amnesty was in ieder geval gezet. Dit vond inmiddels twee jaar geleden plaats, een paar uur voor de eerste lockdown. Ik moet het nu voor de tweede keer missen. Vorig jaar doordat het vanwege corona niet mocht, dit jaar door de afwezigheid van een coördinator in het dorp waar wij sinds kort wonen. Een haperende gezondheid weerhoudt mij ervan om zelf coördinator te worden. Volgend jaar misschien. Hoop doet leven, het werk van Amnesty dus eigenlijk.

“Rusland heeft maling aan organisaties zonder regimenten”, zei een vriend toen ik i.v.m. de oorlog *deze petitie van Amnesty op Facebook plaatste. Hij heeft er gewerkt en gewoond, heeft een Russische vrouw, kent Rusland wel zo’n beetje en ik ben het met hem eens. Toch teken en verspreid ik zo’n petitie. Poetin en zijn kliek zijn natuurlijk hopeloze gevallen -ze hebben daar geen gelukkige hand van leiders kiezen- maar Oekraïners moeten zich gesteund voelen. En wat minstens zo belangrijk is: door niks te doen zouden we er maar aan kunnen wennen dat Poetin normaal is. Het is de taak die Amnesty zich stelt: blijven aankaarten van onrecht. Mensenrechten worden voortdurend geschonden door links en rechts en Oost en West en alles wat daar tussen in zit. Niet altijd helpen die protesten, maar soms wel en die gevangenen kunnen navertellen hoeveel kracht ze kregen van de morele steun. Maar ook voor ons: wie stopt met protesteren verliest zijn ziel.

De Russische dissident Navalny overleefde ternauwernood een vergiftiging door de Russische geheime dienst. Hij ‘genas’ in een Duits ziekenhuis en ik begreep maar niet waarom hij terug naar Rusland wilde en ook ging. Want ja, natuurlijk meteen weer gearresteerd en in een strafkamp gegooid. Maar toen aan het begin van deze oorlog een Poolse mij in tranen vertelde dat haar Oekraïense kennissen -die met hun gezin in Nederland wonen en werken- naar hun thuisland gingen, familieleden ophaalden, ze hier brachten en weer terug gingen om te vechten, snapte ik opeens, nu ook in tranen, wat Navalny deed en doet. Mensen vechten zich liever dood dan Poetin te dienen en ze hebben hun leven er voor over om aan de wereld te tonen dat we hier niet aan mogen wennen.

En altijd blijft er de hoop, want zonder dat is onze ziel reddeloos verloren.

 

 

 

De collecteweek van Amnesty is van 13 t/m 19 maart, mijn online bus is https://digicollect.amnesty.nl/maaike-de-rijk

Open brief aan Thierry Baudet

Open brief aan Thierry Baudet

Open brief aan Thierry Baudet,

Omdat wij in een democratisch land leven waarin de vrijheid van meningsuiting een groot goed is, zal ik dat recht altijd, ook voor U, verdedigen en wijs ik iedereen af die U dat wil ontnemen. Maar ik maak ook gebruik van mijn rechten om kritisch het woord tot U te richten.

Normaal gesproken zouden wij elkaar nooit spreken, want ik heb geen of nauwelijks contact met Tweede Kamerleden. Dat zouden progressieve Kamerleden zijn, trouwens. U zoekt het zelf meer bij de conservatieven, gezien de volgende woorden op Twitter: ‘Poetin toont zich steeds duidelijker de leider van conservatief Europa, prachtige vent’.

Het staat ons beiden vrij onze politieke richting te kiezen en eventueel een daarbij passende leider te bewonderen. Over de laatste zou ik echter middels deze brief met U van gedachten willen wisselen. Uw mening over hem is mij genoegzaam bekend, hierna volgen enkele van mijn observaties die U mogelijk van gedachten zouden kunnen doen veranderen.

U heeft respect voor de soevereine nationale staat Nederland enerzijds en bewondert anderzijds een leider die respectloos andermans soevereine staat onderwerpt aan een ‘speciale operatie’, een daad die de meeste mensen toch gewoon een oorlog noemen.

‘Verschrikkelijk wat er in Oekraïne gebeurt’, is Uw commentaar. Maar ook: ‘Het Westen heeft dit veroorzaakt en dat Rusland nu reageert, is maar al te voorspelbaar’. I s voorspelbaar? Maar het is al gebeurd, mijnheer, het verleden voorspellen is niet zo moeilijk. U bedoelt misschien dat het voorspelbaar w a s? Maar heeft U dan in het verleden Uw bezorgdheid uitgesproken, toen het nog kon? Zo van ‘Laten we hier als Westen iets aan doen, want anders gaat er iets verschrikkelijks gebeuren?’ Zonder succes dan. Komt dat misschien omdat uit alles al bleek dat U geen ‘wij’ kent, alleen een anti-wij van een klein groepje? Verklaart dat Uw houding bij het Oekraïne-referendum?  Hoort U eigenlijk niet bij het Westen? Maar bij Nederland toch wel? U zit nota bene in de Tweede Kamer van dat westerse Nederland, toch? Het woord ‘democratie’ zit zelfs in de naam van Uw partij, toch? Wat is dat dan waard? En voor wie vindt U het eigenlijk verschrikkelijk, voor Rusland of voor Oekraïne? Aan wiens kant staat U? Of bent U neutraal? Zo ja, was U dat altijd al dan?

U ontkende namelijk eerder dat de Russische dissident Aleksej Navalny vergiftigd zou zijn door de Russische geheime dienst. De man was *volgens dit artikel van Uw FVD een Westerse agent die er op uit zou zijn om Rusland te ontwrichten. Klinkt niet erg neutraal, Uw partij verdedigt Rusland en heeft ernstige kritiek op de behandeling van Assange. Kritiek die ik overigens deel: Assange wordt slecht behandeld. Maar Navalny ook, mijnheer Baudet en ik hou er niet zo van om het ene kwaad tegen het andere weg te strepen of de boel om te draaien.

Ter illustratie van dit laatste even het begin van dat artikel van Uw partij: “Stel je een zeer militaristisch regime voor – een regime dat herhaaldelijk andere landen is binnengevallen en daar oorlogsmisdaden heeft gepleegd, waaronder het opzettelijk vermoorden van burgers. En stel je vervolgens voor dat dit regime een systeem van digitale surveillance optuigt om ook de eigen bevolking onder controle te houden. Daarna eist het ook nog eens dat haar eigen repressieve geheimhoudingswetten zich uitstrekken tot andere staten. En stel je tot slot voor dat dit regime er alles aan doet om de eigen misdaden en de reikwijdte van het toezicht daarop geheim te houden – maar dat een uiterst moedige journalist/uitgever toegang krijgt tot enkele afgeschermde geheimen en ze online publiceert.”

Dit is een fraai stukje knutselwerk: de slechtste kanten van west en oost ineen gefröbeld maar dan eenzijdig neergelegd bij west met de bedoeling die van oost weg te moffelen. Bij mij thuis noemen we dat een jij-bak, de laatste jaren ook wel ‘een Poetintje’.

Die haat tegen west brengt mij op het volgende: voelt U zich wel thuis in ons westerse Nederland? Nee? Daar is een woord voor: *oikofobie. Nou heb ik wel eens gehoord dat U mensen die over de grens van de natiestaat willen kijken en samenwerken met andere landen, in de Europese Unie bijvoorbeeld, juist oikofoob noemt. Misschien omdat U door hen xenofoob genoemd wordt? Beetje flauwe jij-bak van U dan. Overigens klopt xenofoob voor U ook niet echt, want U bent helemaal niet bang voor vreemdelingen, U houdt zelfs van ze: vreemde mensen als Le Pen, Trump en Poetin zijn toch Uw vrienden? Dat U als nationalist Uw eigen natie haat en Uw vrienden in het buitenland zoekt, gaat trouwens mijn petje te boven.

Ik vind het, net als U, verschrikkelijk wat er in Oekraïne gebeurt, en ik meen dat. Een meedogenloze dictator zonder respect voor de soevereiniteit van zijn buurland bombardeert steden, hongert ze uit, schendt bestanden, beschiet vluchtroutes nadat hij er mijnen in legde, manipuleert de vluchtelingen naar Rusland in plaats van naar de landen waar ze naar toe willen, bedriegt ook zijn eigen volk met nepnieuws, maakt binnen- en buitenlandse journalisten het werk onmogelijk, dreigt met een kernoorlog en beschuldigt iedereen die daar wat van zegt van de daden die hij zelf pleegt.

Sommigen van Uw conservatieve vrienden willen daarom opeens niet meer met hem gezien worden en verwijderen foto’s uit hun campagnefolders. Beetje flauw, want dat doen ze alleen maar omdat ze bang zijn voor stemmenverlies, maar daar bent U niet bang voor? En Poetin, deze schender van alles wat met betrouwbaarheid, oorlogsrecht en mensenrechten te maken heeft, blijft Uw vriend, mijnheer Baudet?

In afwachting van Uw zwijgen,

Maaike de Rijk, blogger

 

 

 

 

 

Onaangenaam

Onaangenaam

Onaangenaam

Dit wordt een heel lang kwaad stuk waaruit zal blijken dat achter deze braverik eigenlijk een heel onverdraagzaam mens zit. Dus: keer om en wacht betere tijden af.

 

Ha, U bent er nog, fijn. Het zit namelijk zo: het was me in mijn lange leven al eens opgevallen dat er mensen zijn die bij moeilijke situaties- van mij of anderen- steevast een denkbeeldige weegschaal pakken, het probleem op de ene schaal daarvan leggen en dan de eerste de beste dooddoener op de andere. Klaar! Ze kijken heel tevreden over hun verstandige inbreng, die de boel immers mooi in evenwicht heeft gebracht. En voor de rest zoek je het verder zelf maar uit met je verdieping.

Zulke mensen, dat gáát dan nog, want die vermijd je voortaan gewoon als je ergens aftastend dan wel diepgaand over wil praten. Maar er zijn er ook die maatschappelijk conflictueuze situaties opzoeken, zien hoe de wind waait en dan pathologisch hun tegenwind rondblazen om zo hun saaie leventje nog een beetje sjeu te geven. Het onderwerp doet er niet toe, maar het ligt hun altijd zéér aan het hart, evenals ‘vrijheid’ en ‘de nuance’.

Het probleem coronamaatregelen was vanaf 25 februari jl. gedateerd. De koffiedrinkende actievoerders met hun loze hartjes zaten even ‘in between jobs’. Kregen ze zomaar de oorlog in Oekraïne in de schoot geworpen! En ja hoor: de agressieve dictator, volksverrader en gifmenger P. wordt onmiddellijk geadopteerd. Ja, ik weet het, zíj zeggen gewoon Poetin, zonder negatieve kwalificaties. Waardoor i k er natuurlijk ongenuanceerd, bevooroordeeld en eenzijdig op sta, maar dat doe ik heel graag deze keer.

‘In zekere zin begrijp ik wat Poetin doet’, zegt oprichter en presentator van internetzender Blckbx, Flavio Pasquino. Hij noemt de verslaggeving in de reguliere media ‘volstrekt eenzijdig’, omdat die zou verzwijgen dat het Westen de oorlog heeft ‘uitgelokt’. Verzwijgen? Nou vráág ik je! Ik lees al jaren dat West-Europa onhandig opereert als het gaat om verdeling van invloedssferen, ben het er zelfs mee eens, en die kritiek wordt ook nu herhaald. Uitlokken? West-Europa gaat eerst aan het Russische olie-en gasinfuus, bindt zich kruiperig en gedwee financieel met handen en voeten aan Russische handel en oligarchen en gaat dan een oorlog uitlokken? En die homohaat in Rusland, het vergiftigen van politieke tegenstanders en journalisten, het afschaffen van de democratie en het intimideren van zijn eigen volk door dictator P. en zijn geprivilegieerde kliek, ook allemaal uitgelokt door het Westen?

Nee, dan Sietske Bergsma van corona-actiegroep Moederhart. Zij verdedigt de Russische inval met de woorden ‘Wat had Poetin dan moeten doen?’ Eh, even denken…nou bijvoorbeeld n i e t het buurland binnenvallen en harteloos kinderen vermoorden of kinderen met hun moeders van huis en haard verdrijven terwijl hun vaders zich doodvechten, zoiets Siets?

‘Wij zijn altijd kritisch op media en politiek. Dus als Rusland als dader wordt beschreven en Oekraïne als slachtoffer, wéét je gewoon dat daar nuance mist’. Daar heb je hem, de authentieke genuanceerde weegschaallulkoekverkoper. Nu in de persoon van Max von Kreyfelt van Café Weltschmerz, een andere internetzender.

De overstap van corona naar dictator P. verloopt soepel, temeer daar er al een paar geestverwanten met dezelfde weegschaalaandoening in zijn fanclub zaten.

Zo stelden schrijvers van Uitgeverij De Blauwe Tijger in 2017 al de retorische vraag ‘Poetin, staatsman bij uitstek van onze tijd?’ Ja, natuurlijk. En daarna gingen ze geheel in zijn onbetrouwbare leugenpropaganda-geest complottheorieën over corona verspreiden. Ook emeritus-hoogleraar internationale betrekkingen (sic!) Kees van der Pijl blijft na de inval in Oekraïne gewoon fan. ‘Persoonlijk zie ik niet wat er zo bijzonder onaangenaam is aan de leiding en de persoon van de president daar’.

Onaangenaam! Waar zijn de Griekse en Romeinse dondergoden en wraakgodinnen als je ze nodig hebt? Donder en bliksem over zo’n uitspraak! (En dan lijkt hij*ook nog op Dominee Gremdaat*, wat trouwens heel erg zielig is voor de laatste en zijn schepper, Paul Haenen.)

Tja, dan Willem Engel nog natuurlijk, die sneller aangiftes doet dan hij danspasjes kan maken en daarmee andermans leven en de rechtspraak onevenredig belast. ‘Het was ons nooit alleen om corona te doen’. Wat je zegt, Willem. Het gaat jullie om jullie.

 

 

Voor dit stuk heb ik gebruik gemaakt van informatie uit dit NRC-artikel https://www.nrc.nl/nieuws/2022/03/03/ik-begrijp-wel-wat-poetin-doet-a4096731

De afbeelding is van Pixabay.

Tafel

Tafel

Tafel

Niet zo lang geleden hebben we een grotere tafel gekocht: genoeg plek voor veel mensen en zo nodig virusveilig voor weinig mensen. We zijn er elke dag blij mee, nog steeds, maar… Er zijn mensen met een nóg grotere tafel. Nee, dat is geen jaloezie. Ik ben sowieso niet jaloers vanwege andervrouws/-mans spullen. Maar de tafel die ik meermalen op de voorpagina van mijn krant zag staan, baart mij ernstige zorgen. Of eigenlijk, de eigenaar ervan.

Als wereldleider kun je je buitenlandse collega’s intimideren door ze geen stoel aan te bieden, of een slechte, of een plek aan de overkant van een enorme tafel*. Dat gebeurt. Maar wereldleider P. (arme wereld!) van Rusland (arm land!) vergadert met zijn eigen legerleiding óók aan zo’n joekel*. In de verte zie je twee uniformen, gewoon naast elkaar, zij wel. En die leider zit dus helemaal alleen, hij wel. En die werpt zo toch een merkwaardig licht op zichzelf. Intimidatie? Misschien een zielige poging daartoe. Maar ík moest denken aan beelden van angstige oudjes die hun deur niet meer uitkomen en alleen opendoen om door een kier een plastic tas met boodschappen aan te nemen. Bang om besmet te raken. Dan zou je nog wel kunnen denken dat wereldleider P. met zijn paleistafel laat zien hoe de machtsverhoudingen in zijn land liggen, en misschien maakt hij dat zichzelf ook wel wijs. Maar ík zie toch meer een bleek neusje en één bang oog dat door een klein kiertje loert en de tas aangeboden boodschappen eigenlijk dan óók nog wantrouwt. Paranoia. Je ziet wat er van komt. Arme wereld.

Graag zou ik een positieve draai geven aan dit verhaaltje. Dat kan, al is het bescheiden: ik blijf blij met onze mooie, grote tafel. Wij gebruiken hem niet om afstand te houden, maar waarvoor hij bedoeld is: samenkomen met anderen voor overleg en eten.

En ik prijs mij gelukkig dat de tafel niet wat oostelijker staat. Ik hoef tafel en huis niet te verlaten omdat iemand met een ongezond grote waffel (en tafel dus) tóch zo gestoord bleek te zijn als waar we bang voor waren. Als P. nou verder met zijn poten van die ene enge rode knop afblijft, kunnen we aan grote tafels overleggen hoe we Oekraïners én Russen van P. en zijn meedogenloze volksverraderskliek gaan verlossen. Dat wordt moeilijk, maar is dat een reden om het maar niet te doen?

Aan tafel!

 

De afbeelding is van Pixabay.

Dissen

Dissen

Zeven vinkjes plus dissen

Het is natuurlijk tricky om te zeggen dat je blij bent dat je niet beroemd bent. Er staat altijd wel iemand klaar om uit te leggen dat jij dat stiekem juist heel graag wil. Maar ik ben dus blij, want nou word ik niet geïnterviewd in Volkskrant Magazine, de vrolijke weekendbijlage van mijn krant. Op grond van mijn lezerservaringen zou ik namelijk bang zijn om óók in de zeik gezet te worden door gevaarlijke vragen en stomme foto’s, alles overgoten met een knipoog, want het is uiteindelijk weekend, toch?

Maar goed, Joris Luyendijk schreef een nieuw boek, De zeven vinkjes, en daar wil hij aandacht voor en dat kreeg hij dit weekend met een interview. Snap ik, van beide partijen.

Het boek is een pijnlijke reis naar binnen over twee ongelukkige jaren in Londen bij de Guardian, inmiddels tien jaar geleden. Voor het eerst realiseert hij zich nu dat zijn zeven hoedanigheden (man, in Nederland geboren ouder(s), wit, hoogopgeleide en welgestelde ouder(s), vwo, universiteit en hetero) hem niet gingen helpen. Hij heeft zich namelijk niet leren handhaven, zoals mensen met een andere achtergrond of geslacht dat wél hebben moeten leren. En toch worden die, ondanks die krachtige kwaliteit, nog steeds niet benoemd in topfuncties, zegt Luyendijk. Dat is raar, vindt hij en daar ben ik het mee eens. Hij vertelt verder hoe het voelt als je gedist wordt. Voor de duidelijkheid: dissen is zogenaamd goedmoedig plagen, maar het ruikt indringend naar pesten en uitsluiten.

Je hoeft geen vervelend voormalig kostschooljongetje uit Engeland te zijn om iemand te dissen, laat de Volkskrant na het weekend op maandag zien. En je hoeft ook geen vinkje man te hebben. De dame van het interview gaf in het weekend de bal voor en de dame van de column schoot hem er maandag in. Ze hoefden het niet eens met elkaar af te spreken. Want zo gaat dat bij de dis-cultuur: het werkt op een onzichtbare radar. Voor wie de links niet kan openen: in het interview worden precies díe vragen gesteld over bekendheid, ijdelheid en inkomen waarop elk antwoord je kwetsbaar maakt. En de tijdens corona gewoon doorbetaalde columnist maakt daar vervolgens vaardig gebruik van door een nuchtere opmerking van Luyendijk over ontbrekende coronasteun naar haar hand te zetten. Lachen. Ze gaat niet dieper in op de inhoud van het boek, maar verschuilt zich achter een verwaand sarcasme. ‘Privilege? Duh, weet ik al mijn hele leven.’

Wij hadden het er hier thuis dus over of er niet nóg een vinkje nodig was om je in dit leven staande te houden. Ik heb er sowieso vijf (geen piemel, geen bul). Maar, zoals iemand n.a.v. mijn vorige blog over identiteiten opmerkte, ik heb een universitaire man. Ik ben destijds gewoon uit liefde getrouwd, maar in seksistisch denken is welgesteld trouwen inderdaad lucratief en ik reken hem voor deze keer goed. Zes dus. Meer dan menig ander mens, je hoort me niet klagen.

Maar.

Feit is dat zowel de universitaire man als ik er niet genoeg aan hadden om soepel door het leven te mogen gaan. We hebben eelt op onze ziel moeten kweken, net als Joris in Londen (en nu in Nederland). Want je komt zomaar iemand tegen die een beetje wil ‘sparren’, dissen, buitensluiten, pesten of zich anderszins met jou wil vermaken, al dan niet in groepsverband. Geslacht of kleur maken niet uit, het gebeurt in elke vinkjes-groep, ook onderling.

Het is de kunst om niet mee te gaan dissen en wél gevoelig te blijven. Mijn lief vindt mij overigens in bovenstaande kwestie té gevoelig…

D u n  laagje eelt toch maar. Moet maar genoeg zijn.