Heimwee

Heimwee

Heimwee (2016) (foto: de Rijk)

‘Soms heb ik heimwee naar een tijd die ik nooit heb meegemaakt’, zei één van mijn dochters eens. Nostalgie is niet alleen voor oudjes.

De aanloop naar onze recente verhuizing bracht, niet onverwacht, regelmatig heimwee bij mij naar boven. Naar de tijd die ik wél had meegemaakt dan.

Je hele leven gaat je door de stijve handen, de ouder wordende rug bukt net iets moeizamer onder de balken op zolder en het evenwichtsgevoel op de trap daarnaartoe is ook niet meer wat het ooit was.

Zo neem je, al opruimend, niet alleen afscheid van je spullen en het leven dat er bij hoorde, het is ook een beetje toedeledoki naar een jong en vitaal lichaam.

Inderdaad, het mooie comfortabele huis is jong en heeft alles van een nieuw begin, dat hield ik mij een jaar lang voor ogen. En ja, dat was een troostrijk vooruitzicht. Maar in de noodzakelijke renovatie en verbouwing is mijn lijf niet meegenomen.

Nou had ik behalve de eigen aannemer ook Marijke Helwegen kunnen bellen om naar die van haar te vragen, maar daarvan zag ik af: lichaamsrenovatie vind ik eng, duur, niet mooi en dood ga je toch.

Ik ben heel tevreden nu want ik woon mooi en mijn lijf is ook prima, niks meer aan doen.

In die vredigheid mijmer ik of er een etymologisch verband is tussen memories en mijmeren: gaan mijmeringen uitsluitend over herinneringen? Is peinzen hetzelfde als mijmeren, maar dan met een frons op je voorhoofd? Krijg je heimwee van mijmeren, of mijmer je omdat je heimwee hebt?

Bij mij komt heimwee af en toe zomaar om het hoekje steken. ‘Staat bij de voordeur’, zei levensgezel L. toen ik iets zocht in ons nieuwe huis. Beeld van de deur die decennia lang onze voordeur was: AU!

Tevreden zijn met het nu en toch een beetje heimwee hebben: het kan.

 

 

 

 

 

 

 

Rutschremmer

Rutschremmer (column uit 2015)

Wegens verhuizing gaan we onze vijf en dertig jaar oude badkamer verlaten.

Er bevindt zich daarin een groen bad met bleke vlekken: het bewijs dat schoonmaakazijn niet de beste vriend van kunststof is.

 

De douchebak, ooit ook groen, laat zien dat andere schoonmaakmiddelen eveneens niks beters te bieden hebben dan verbeten agressie.

De wasbak daarentegen is van keramiek en glanst als vanouds.

Maar wel groen dus en bovendien een maandagochtendmodelletje -dat wil zeggen ontworpen na een zwaar weekend. Naast de kraan loopt de vorm aan beide zijden met een nauwelijks waarneembare glooiing af, zodat binnen enkele seconden het gespatte water op de grond lekt.

 

Rest nog even de tegeltjes te beschrijven. Onze keuze was destijds: gebroken wit. Om saaiheid en gevoelens van verveling tijdens het baden tegen te gaan, lieten wij in alle hoeken plantjes groeien. Keramisch dan: op de tegeltjes is klimop meegebakken.

In prima staat nog, maar iets doet mij vermoeden dat wij de laatste gebruikers van dit retro badgebeuren zullen zijn.

Zonde.

 

De badkamer in ons nieuwe huis is iets jonger, ook retro, met een modern toefje ouderenzorg van later datum. Overal handgrepen waar ik eerlijk gezegd al aan toe ben, maar ik zit nog in de ontkennende fase dus die gaan eruit en de rest ook.

Ja ik hoor het: zonde!

Maar de doorslag wordt onverbiddelijk gegeven door de radiator. Die zit namelijk vlak naast de wc-pot en heeft zichtbaar geleden onder deze weinig benijdenswaardige positie.  Moet ik nog iets uitleggen, dames, heren ook?

 

Bij het uitzoeken van de nieuwe tegels heeft men mij verteld van de R9, oftewel Rutsch-remmer 9. Dan glijden normale mensen niet uit, maar ik ben niet normaal. Bovendien breken normale mensen niet altijd wat als ze vallen, ik daarentegen hoef bij wijze van spreken niet eens te vallen voor een botbreuk.

 

Van die nieuwe tegels die we eerst uitgezocht hadden heb ik dus één nacht niet geslapen. Ik was bang dat ik bij de eerste keer douchen zó ongelukkig zou uitglijden dat met één klap een aangepaste badkamer weer wél nodig zou zijn. Of helemáál geen badkamer meer.

 

Dus het worden tegeltjes R10. Zonder klimop.

Het Laatste Oordeel

Het Laatste Oordeel

Het laatste oordeel (column uit 2015)

Je komt er vanzelf, gewoon een kwestie van doorgaan met ademhalen. En van genoeg – vooral niet teveel – innemen. Wij spreken nu over het succesvol bereiken van het volgende kalenderjaar. Met daaraan parallel een nieuw levensjaar – waar je overigens wel oud van wordt.

Uiterlijk klopt jammer genoeg alles met mijn leeftijd, maar innerlijk loopt mijn grijzende rimpelhoofd niet echt soepel synchroon mee.

Ben ik op de verjaardag van een leeftijdgenoot met kroonjaar, dan zie ik opvallend veel grijze koppies. Ach hoe aardig, wat een leuk gebaar van de jarige om allemaal oudjes uit te nodigen, zegt mijn binnenhoofd dan.

We gaan in deze levensfase kleiner wonen. En ook bij de keuze van een nieuwe woonomgeving spoort het bij mij niet helemaal, bleek.

Het appartement  – zo heet een flat heden ten dage – ligt leuk. De loggia – da’s dan je balkonnetje – biedt uitzicht op de kerk. Eronder ligt de levendige dorpskern met winkeltjes en restaurantjes in oude pandjes. Erg leuk.

Maar twijfel over het wonen daar bevangt mij. De laatste bewoners zijn overleden. En de overige inwoners van het complex …eh,  bijna.

Weer buiten op de stoep zegt onze aankoopmakelaar onomwonden:  „Waarom dit? Is voor jullie toch tien-vijftien jaar te vroeg?!” Kijk, hij kost een lieve duit, maar dáár neem je zo’n schat nou voor.

Weemoedig kijken we naar de gezellige dorpsstraat. Voor ons laatste oordeel komt onverwacht hulp. Een oudere heer schuifelt aan bij ons gesprek. „Is die makelaar van de verkoper al weg?”

Enthousiast neemt de man diens taak over. „Ik woon hier prima, erg tevreden. En weet u, de lift, daar heb ik me hard voor gemaakt. Het duurde even, maar hij is eindelijk aangepast. Ik zeg, daar moet toch een brancard inpassen! En een doodskist!”

We zijn eruit. En trekken elders in. Begane grond, wel zo handig. Vanwege de piano zullen we dan maar zeggen.