Vaardigheden

Vaardigheden

‘doolhof-illusie’ door DRIC, via pixabay

‘Gaan we zó?’, vraag ik haar, want ik weet het niet.

Een enthousiast ja is het antwoord. Mijn lief, haar opa, had mij de kortste weg gewezen vanaf de speeltuin naar het huisje in het Waterland, waar ze nu even woont omdat haar Amsterdamse huis verbouwd wordt. Opa en oma passen op haar en haar broer, omdat papa en mama er in het weekend tóch maar even zelf een plafonnetje uit zijn gaan slopen.

Dat laatste lijkt een heel werk, maar ergens de weg vinden valt ook niet mee.

Mijn kleindochter gaf met haar ja aan geen bezwaar te hebben tegen een leuke omweg, blijkt nu. Die had nog langer  geduurd als ze niet op tijd had ingegrepen. ‘Het is daar, we moeten nu dáárheen’, zegt ze terloops, terwijl we het over iets heel anders hebben: zwemvaardigheden, óók belangrijk.

Die waren ter sprake gekomen op een van de talrijke bruggetjes. Ze begon er zelf over. Dat je niet in het water moet vallen en zo. Ik babbel met haar mee over zwemdiploma’s en dat het dan alsnog niet aan te raden is om in het water te vallen, zeker niet in de winter. Zij heeft bovendien nog geen zwemdiploma.

‘Maar ik kan wéw zwemmen!’ (Haar voortanden overleefden het niet toen ze op een stoeltje ging staan zodat ze ergens wéw bij kon.) ‘Als papa mij woswaat kan ik zwemmen!’ Het profijt van fel oranje hulpmiddelen rekent ze bij deze stellige bewering even niet mee, vermoed ik zo. En ik houd haar handje onwillekeurig iets steviger vast.

Ze heeft voor de ontwikkeling van haar vaardigheden en talenten nog alle tijd van de wereld. En een ferme voorsprong op haar grootmoeder: ik kan weliswaar zwemmen, maar aan land verdwaal ik steevast. Dat ik mijn hele leven al liefdevol word gegidst door jong en oud is fijn, maar ook een beetje confronterend. Deze gids moet bijvoorbeeld nog vier jaar worden.

Maar met dat zwemmen heb ík gelijk.

 

 

 

 

Vliegen

Vliegen

Vliegen (column uit 2016)

‘Dit is een overstap, we zijn toch al gecontroleerd op Schiphol?’

Ik zeg het niet, maar misschien leest ze de onaangename verrassing van mijn gezicht af. En vertaalt die als ‘profiel verwarde vrouw’. En die zijn gevaarlijk.

 

Hoe dan ook: als ik op London Gatwick zonder broekriem, horloge, sleutelbos, jasje én zonder afgaande bellen en toeters uit het poortje ben gestapt en achter Lief L. aan wil lopen, word ik tegengehouden. En hij mag door.

“Oh no, madam, take your shoes off!”

Dat doe ik braaf, me afvragend of ik toch iets gemist heb van die vier miljoen instructies die een simpele vakantieganger ‘voor zijn eigen veiligheid’ krijgt als hij naar zijn bestemming gaat vliegen.

 

Elke schoenwinkel heeft op zijn minst een krukje, maar die service ontbreekt hier.

Dus wat doet deze 65jarige: evenwicht zoeken, bukken, evenwicht bewaren, veters los, evenwicht bewaren, uit mijn schoeisel stappen, evenwicht bewaren.

En daar staan we dan op de vloer: ik op sokjes en mijn schoentjes met open mond van verbazing.

 

“No, give them to me!”, zegt ze. Zij, ja.

Heel tegemoetkomend worden mannen door mannen en vrouwen door vrouwen afgeblaft en daarna gevisiteerd. Met homoseksualiteit wordt geen rekening gehouden en ach, laat ook maar: vernederend is het toch wel.

 

Ik buk maar weer en geef mijn schoenen aan en hoe ik inmiddels denk over deze mevrouw bespaar ik u, want we houden het netjes.

Mijn schoenen wordt verder geen blik waardig gekeurd en tijdens haar betastingen – nee tut, daar ben je al twee keer geweest en bij mijn borsten ook- dacht ik voor de afleiding maar aan etnisch profileren.

 

Lief L. ziet er namelijk gewoon uit als ‘de witte man’: lang, blauwe ogen en wit haar. Maar dat zal wel blond zijn geweest, denken ze dan, dus doorlopen maar.

 

En ik juist niet allemaal.

Dus zou ik wel eens een terroriste kunnen zijn, logisch toch?

 

“Waar bleef je nou?”, vraagt de witte man, riskant, maar ik hou me in, want hij kan het ook allemaal niet helpen.

” Alleen omdat ik donker ben, wedden?” Ik ben kwaad, mede namens alle donkere mensen die er altijd weer overal uitgepikt worden ‘voor uw en onze veiligheid.’

 

Maar later in de vakantie, zie ik mijzelf in de spiegeling van een ruit: daar loopt een ouwe hippie.

Loshangend halflang haar, beetje grijzend, in denim gekleed -het uniform van de jaren zeventig-, bril met donkere glazen.

Kan niet anders: gebruiker.

En dan een leuk centje bijverdienen met hasj-smokkel, dachten ze daar op Gatwick zeker.

 

De witte man heeft trouwens een best wel versleten broek aan.

Voor hem kopen we op Tenerife een nieuwe. Denim.

Maar hém staat dat gedistingeerd.

 

Terug vliegen we via Spanje en ik ga nooit meer naar Engeland.