Papiertje

Papiertje

Papiertje

Terwijl ik, uitkijkend naar rode jassen, het pleintje in mijn dorp op liep, kwamen twee mensen op mij af met waarschijnlijk dezelfde missie als waarvoor ik kwam: politieke papiertjes uitdelen. Ik was even in verwarring over of ik het hunne zou aannemen: daar kwam ik vandaag toch niet voor, papiertjes aannemen, ik ging ze juist uitdelen!

Maar er was nóg iets. We zullen het nooit weten, want er waren geen andere partijen, maar zou ik daarvan wél een papiertje hebben aangenomen?

Afijn, ik deed het dus niet. Mijn politieke kleur is namelijk roodgroen en deze partij… nou ja, hun politiek leider, laat zich nogal bruinig uit. Ik zei dus nee dankjewel want ik ga het toch niet lezen. De toon voor een goed gesprek was -door mijn schuld- toen niet bepaald gezet, maar gelukkig ontstond er toch een joviaal gesprek van papiertjesuitdelers onder mekaar. Dat mijn kameraden er nog niet waren en zo.

We wensten elkaar succes en ik ging een eindje verder staan schuilen tegen het ongemak. Mijn rode kameraden kwamen gelukkig snel opdagen en er ontspon zich nu met zijn allen een respectvol maar warrig gesprek, aangegaan door de vrouwelijke volgeling van de bruinige leider. ‘Kunnen we de overheid nog wel vertrouwen, wat vinden jullie?’ Bam.

Ik mompelde gauw ja en één van de kameraden zei dat hij er werkte. Dus ook ja. We vroegen om voorbeelden en al gauw kwam ter sprake wat haar nog steeds dwars zat: de QR-code. Nou was dát nou toevallig iets waarover ik ook mijn bedenkingen had. Maar al gauw ging ze over op haar ervaringen met corona en vaccinaties en zo. Wat we daaruit moesten afleiden, kreeg ik niet mee, want het ging al weer verder over mondkapjes. Gelukkig hebben we Sywert van Lienden. Nagenoeg elke politieke kleur is het er wel over eens: een onbetrouwbare lamzak. We zeiden het daar op dat pleintje wat anders, natuurlijk. Maar een ingewikkeld verhaal over het nut van mondkapjes werd nu afgewend.

Eén van mijn kameraden, de overheidsdienaar, nam hun papiertje trouwens wél aan, vouwde het dubbel en stak het in zijn zak. Misschien voor later. Achteraf heb ik een beetje spijt: aannemen is natuurlijk veel aardiger én ik ben eigenlijk wel nieuwsgierig wat er in hun papiertje staat.

We babbelden nog wat en de mannelijke volgeling van de bruinige leider vertelde dat hij de rode kameraad van mij kende, omdat ze samen in de gemeenteraad zaten en toen werd ik zomaar een beetje optimistisch. Vanwege dat samen. Nee, niet samen voor dezelfde partij, maar samen voor de gemeente. Samen komen we er misschien wel uit, als burgers.

Ik heb binnenkort weer papiertjesdienst. Misschien staan ze er weer, dan neem ik dat papiertje wél aan.

Alle papiertjes van alle partijen verdwijnen trouwens in de prullenbak.

Impulsief

Impulsief

Impulsief

Sommige goede beslissingen neem je per ongeluk, ik tenminste.

De aanloop.

Eerst was er op De Correspondent een discussie onder het stuk Lijm en tomatensoep zijn pas het begin van het klimaatverzet. En dat is maar goed ook . Die verliep merkwaardig: soep kwam op glas, was niet erg en trouwens met de planeet is het veel erger. Niks agressie. Daarna kwam op hetzelfde forum de discussie over ‘Alle miljardairs onder de guillotine’, de titel van een interview met de schrijver van een boek met dezelfde titel. Wie dat interview leest ziet dat de titel niet de enige bedenkelijke uitlating is. Maar voor de planeet mag alles. Niks agressie. Tuurlijk zijn ze tegen geweld! Maar ja, ze kunnen er natuurlijk niet voor instaan dat anderen het wél gaan gebruiken, snap je? We moesten de agressieve taal trouwens zien als ironie, zeiden ze van De Correspondent. Nou wil de ironie dat dit ook de smoes is van complotdenker, klimaat- en Holocaustontkenner Thierry B. Moord is ook maar een mening, zoiets. Dus nee, ik snapte het niet.

Zonder toekomstgerichte vijftigplussers is Nederland verloren’ verscheen onlangs. Nou, zeiden we thuis, dat klinkt niet gek, ze hebben ons nodig. Maar deze klaagzang over de grijze golf die zo conservatief is, klonk wél gek. Niet het voorstel om jongeren vanaf 15 jaar stemrecht te geven, dat klonk best aardig. Maar ik betwijfelde of het beoogde doel -een progressief en klimaatvriendelijk beleid- gehaald zou worden. Dat vond een ander lid kennelijk ook. Die opperde om het cohort stemmers niet alleen aan de onderkant uit te breiden, maar tegelijk aan de bovenkant, ter hoogte van 75 jaar, een koppie kleiner te maken. Daar had je warempel de guillotine weer! Dit radicale voorstel werd door De Correspondent nog uitgelicht ook. Naar later bleek alleen vanwege de onderkant, maar toen was het frisse debat over de bovenkant al gestart. Als mensen eenmaal een groep tussen de kaken hebben, laten ze niet meer los: oud is rijk is egoïst is dement.

Lief L -actieve duurzaamheidswerker- is al een jaar door zijn stemrecht heen. Ikzelf -lid van twee linkse partijen- over vier jaar. Maar volgens de gegevens zijn wij op grond van onze leeftijd conservatief en geven niet om het klimaat.

Nou zal het in het echte leven zo’n vaart niet lopen, zegt de ratio. Maar bij mij dringt de emotie vaak voor. Dus verontwaardigd en bezorgd over de achteloze vijandigheid in deze kolommen de laatste maanden, speelde ik weer eens met de gedachte mijn abonnement op te zeggen. Nou moet u weten: een impulsief mens speelt en denkt met zijn handen. Mijn zelfonderzoek eindigde dus abrupt bij Instellingen/Lidmaatschap toen ik nieuwsgierig op ‘hier’ (opzeggen) drukte: geen tussenstap meer, meteen een bedankje voor mijn bedanken.

Het was niet de bedoeling, toch is het beter zo. Mijn overprikkelde hoofd en hart zijn wel weer klaar met dat laptopradicalisme.

Tot eind september mag ik me nog ergeren op De Correspondent. En zij aan mij.

En me bedenken, want impulsief blijf ik.

 

Verwachtingen

Verwachtingen

Verwachtingen

Vlak voor het feest van het licht, waren wij aan de beurt, Lief L. en ik. In die volgorde, twee dagen ertussen. Vijf maal in de rij voor een vaccin kon niet voorkomen dat een zeker virus zich comfortabel nestelde in ons systeem. We wisten natuurlijk wel dat dat kon. ‘Niet de vraag óf, maar wanneer’ had onze huisarts nog gezegd. Ik ben dan zo eigenwijs te denken dat ik de uitzondering ga zijn.

Twee rode streepjes dus.

Eigenlijk was ik daar ook wel weer een beetje trots op: nou hoorde ik er helemaal bij. En je krijgt dankzij zoveel prikken de thuisversie, toch? Paar dagen snotteren, of zelfs helemaal niks merken. Toch?

Oké, de thuisversie was het, we hoefden niet aan de zuurstof. Maar ik vond het niet smaken naar Corona light. We werden best wel ziek. En chagrijnig. Zoals je de pest in hebt als een aankoop tegenvalt: dát hadden we toch niet besteld?

Bovendien bleek ik een tweede verwachting te hebben: ik zou sneller herstellen dan mijn lief.

Was ik wel even vergeten dat hoesten mijn specialiteit is, en dus de achilleshiel. Feitelijk hoest ik vanuit de tenen, maar oké, zo is nou eenmaal die zegswijze.

Een korte verhandeling over hoesten: het is eenrichtingsverkeer, je kunt alleen uitademen.

Een wat langere verhandeling: in het normale hoestleven kun je de toestand onder controle houden door ontspanning en daardoor verbreding zodat er weer twee ademrichtingen benut kunnen worden. Essentieel voor het vervolg van je leven, toch? Zo niet bij corona.

Dus nu een verhandeling over corona. In het dna verankerd  zit een in-en-in slecht karakter: de droge keelkriebel. Die het hele luchtwegensysteem tot in de diepste diepte activeert tot het nat is.  En blijft. Overdag nog te doen, voor ervaren hoesters. Maar ’s nachts niet. En eigenlijk valt het overdag ook niet mee.

Enfin, we zijn inmiddels bijna vier weken verder. Besmettelijk zijn we niet meer, maar iedereen deinst nog achteruit, vooral bij mij.

Verwachtingen durf ik niet meer te hebben, maar het zal in 2023 wel overgaan.

Verwacht ik.

Toch?